Home

Over Loesje
Reageer op deze site of een artikel
Stuur E-mail naar Loesje


Relaties, liefde

Kinderen
Gezondheid
Make-up Tips
The King of Rock'n'Roll
Boeken, Films
Reiki,  Astrologie, Tarot

 

 

 


 

 

 Het Verhaal áchter de Tarot - elke dag een nieuw Arcana

Het verhaal van de levensweg begint met een afbeelding van de jong mens die zich, zojuist in deze wereld geïncarneerd, in een helder en zonnig ochtendlandschap voortbeweegt. Zuiver en onschuldig, onbewust van alles wat komen gaat, blanco als een onbeschreven blad, zonder plannen, zonder kennis, nog ongeconditioneerd maar ook stuurloos stapt De Dwaas in het leven. ‘De verloren zoon’ neemt alles in zich op wat zich op zijn (nog zonnige) levenspad voordoet. Astrologisch komt dit arcanum overeen met de psychologie van het energieke, enthousiaste en initiatief nemende dierenriemteken Ram.

Dit arcanum heeft het nummer 0. De nul is een cirkel die het universum symboliseert. Het Universum is het laatste en vorige arcanum in het verhaal van de levensweg. Ieder mens doorloopt een aantal belangrijk cycli in zijn leven. Dit arcanum betekent ‘een nieuwe start’ , bijvoorbeeld een verhuizing naar een nieuwe omgeving, het beginnen met een nieuwe baan, het voor het eerst in een nieuwe stad zijn. Het is een periode van ontdekken, onstandvastigheid en veel emoties. De Dwaas is ook degene die de Tarot raadpleegt.

De Dwaas is de ziel in een pasgeboren en nieuwe lichaam, de baby, de jonggeborene, de levend geworden potentie die kiest voor het leven en als een prins door al het levende wordt verwelkomd. Hij is per definitie een ‘nul’: levendig staat hij open voor alles en heeft nog niets bereikt.

De waarde van De Dwaas ligt in zijn puurheid en potentie: vol van energie en met vele, nog onbekende middelen, staat deze aan het begin van zijn leven,. Hij wordt altijd afgebeeld met een knapzak over de schouder. Deze bevat de eigenschappen en talenten (inhoud) die hij voor zijn reis heeft meegekregen. De Dwaas kent de inhoud van zijn knapzak niet, omdat hij zichzelf en zijn mogelijkheden nog niet kent. De kans op ‘misstappen’ is hierdoor ook zeer aanwezig (afgrond, gevaar). Door zijn puurheid en ‘kosmisch bewustzijn’ als dat van een kind wordt hij als het ware beschermd door engelen. 

De hond die De Dwaas begeleidt symboliseert het wakker worden van de instincten en fungeert als bode van het onbewuste. Ook zwakt de hond het minderwaardigheidsaspect alsmede mogelijke negatieve gedachten af. De hond weerhoudt De Dwaas er tevens van volwassen te worden. Zo trekt De Dwaas erop uit en gaat vele, voor hem nieuwe, dingen ondernemen. Hierdoor leert hij zijn lichaam, functies, mogelijkheden en omgeving ontdekken. Voortgaande komt De Dwaas in het volgende arcanum: De Magiër.

Het arcanum De Magiër symboliseert het Eerst Doen, bijvoorbeeld het voor het eerst lopen, schrijven, zwemmen, vrijen, een huis kopen. Door deze acties leert De Magiër zijn lichaam en mogelijkheden en talenten kennen en wordt hij een bewust levend mens. De inhoud van de knapzak van De Dwaas ligt nu op de werktafel (het altaar, de kubus) uitgestald. Dat wat erop ligt wordt opgedragen aan de Hemel. De Magiër ‘offert’ zijn krachten door ene bewust gebruik van zijn capaciteiten en talenten. Al doende verwerft hij kennis; hij heeft de macht van de verlichte wil. Door dit grote Eerste Doen verandert de situatie van De Magiër totaal. ‘Er is maar één soort magie en dat is Doen’. Astrologisch correleert dit arcanum met het verhoogde stadium van de wilskrachtige Ram.

De Magiër is de jongeling die vol van energie en levenskracht vooruit wil en daarin slaagt. Hij is de ‘performer’ die zijn publiek met originaliteit weet te boeien. Met zijn rechterhand wijst hij omhoog en met zijn linkerhand wijst hij naar beneden. Deze lichaamshouding symboliseert het fundamentele hermetische principe: ‘Zo Boven, zo Beneden’. De goddelijke creatieve krachten worden van boven naar beneden en van beneden naar boven geleid in de magische handeling die het Eerste Doen is.

De inhoud van de knapzak van De Dwaas ligt nu op tafel en bestaat uit: pentagram, staf, beker en zwaard. Deze symboliseren de talenten en capaciteiten van De Magiër op de vier gebieden van het leven: het materiele, werk, emotionele en spirituele vlak. Hij wil het beste bereiken en gaat een ‘intieme’ interactie aan met dit materiaal en gereedschap. Zo werkt De Magiër wetmatigheden met betrekking tot zijn wereld. Hij staat nu open om van zijn moeder, oma, onderwijzer(es) te leren en arriveert in het arcanum De Priesteres.

De Priesteres is gezeten tussen twee pilaren (ruimte en tijd) met het boek, de goddelijke wet (Tora) op haar schoot; zij personifieert ‘Sophia’, de Goddelijke Wijsheid. Het leren en gebruiken van praktische en innerlijke kennis is nu voorwaarde voor verdere groei. De Priesteres symboliseert onder meer de moeder en de onderwijzeres die openbaart wat nog verborgen was. Door met haar te interacteren verrijkt de jonge mens zijn kennis betreffende de ‘zaken des levens’. Zij confronteert hem met fundamentele kennis (lezen, schrijven, rekenen) en wetenschap, die in wetten en principes zijn vastgelegd. Astrologisch komt dit arcanum overeen met de gevoeligheid en het vertrouwen van het sterrenbeeld Stier. Deze correlatie blijkt (onder meer) uit de twee horens op de kroon van De Priesteres.

De Priesteres is mild en vertelt niet alles wat ze ziet en weet. Zij kán niet alles meedelen omdat men zelf praktijkervaringen moet opdoen. In dit arcanum zijn met name het sterven en meer in het algemeen de harde realiteit van het leven (de expressie van de ziel in ruimte en tijd) nog versluierd. Dit wordt aangegeven door de voorhang tussen de twee pilaren. Door te léven, zich op eigen kracht door de tijd en de ruimte te bewegen, doet men levenservaring op.

Het arcanum De Priesteres representeert het vrouwelijk, de anima, in de mens en is het complement van het – nog niet geheel volwassen – mannelijke arcanum De Magiër. Zij geeft inzicht in dromen en andere archetypen die zich manifesteren wanneer de controlerende wil (De Magiër in de mens) zich met haar verbindt. De Tarot zelf, als openbaring van fundamentele bestaanswetten via archetypische symbolen uit het collectief onbewuste, is de kenner van de levenscyclus die beschreven staat in het boek dat op haar schoot ligt. Als men het arcanum van De Priesteres ingaat, begint met de zelfreflectie met haar als spiegel.

De leerfase in het arcanum De Priesteres brengt de jonge mens tot een grote mate van praktisch beheersing van de materiele wereld. Hij krijgt het materiele ‘in de hand’ en bereikt het volgende arcanum: De Keizer.

In het arcanum, De Keizer komt de mens in de fase waarin hij, met macht bekleed, heerst over een domein en hij de verantwoording heeft dat de zaken daarin goed gaan – de mens is volwassen. Het is een situatie waarin de geest regeert over de materie. Men beheerst de situatie. In het vorige arcanum, De Priesteres, heeft de mens ‘de vier elementen leren kennen’ en de stof leren beheersen. Deze kennis wordt door De Keizer beheerst en toegepast. Astrologisch komt De Keizer overeen met de soliditeit van het teken Stier.

Regeren betekent zodanig kiezen en beslissen dat het volk er wel bij vaart. Met vaderlijke autoriteit legt De Keizer zijn wil op, bezielt het volk en inspireert tot werken. De Keizer verandert chaos in orde, keurt zaken en dingen, laat administreren, groeien en bloeien. Kortom hij bepaalt de wetten en principes welke de mens dient te verstaan. Als een ‘baas’ in zijn werkveld geeft hij het koninklijke voorbeeld. Buiten de grenzen van zijn rijk heeft hij echter geen macht. Een historisch voorbeeld van dit archetype is Karel de Grote. 

De Keizer adopteert de identiteit van de mannelijke organisator. Hij aanvaardt grote verantwoordelijkheden met de zekerheid dat hij de taken kan uitvoeren. Hij zit statig op een kubusvormige troon die de Steen der Waarheid (Wijsheid) symboliseert. Dit betekent dat hij zijn positie ontleent aan het streven naar waarheid en de verfijning van de materie. Hij wordt beschermd door een wapenrusting: als het nodig is zal hij het belang van het land door middel van strijd verdedigen. De ramskop op zijn linker schouder verwijst naar de mannelijke en strijdbare planeet Mars. Het embleem van Mars betekent dat de geest (het kruis) boven het materiele (de cirkel) is geplaatst; we vinden dit symbool terug in zijn rijksappel (een kruis op een bol).

In het arcanum De Keizer wordt de verwezenlijking van deugden, orde, verfijning en de groei van de materie vooropgesteld. ‘Eert allen, hebt broederschap lief, vreest God, eert de keizer!’ Daardoor raakt de mens gereed om te communiceren en zich te committeren. Door ‘regeerfouten’ gaat De Keizer (de mens) zich verdiepen in ‘het kiezen’: wat is Goed en wat is Kwaad? Zo wordt de mens rijp voor het arcanum De Geliefden.

De mens heeft zijn talenten tot volheid gebracht en komt in een paradijselijke tuin: het arcanum De Geliefden. In dit filosofisch geaarde stadium kan de mens bewust kiezen. Een verantwoorde, committerende keuze uit alternatieven is alleen mogelijk als men onderscheid kan maken. IN dit arcanum gaat het om de verbinding van polariteiten – het wordt ook wel de Keuze genoemd. Astrologisch is dit arcanum gecorreleerd met het overzicht en de vaardigheden van het teken Tweelingen.

In de vorige vier Arcana, ‘ramde’ de jonge mens als het ware met jeugdig vuur en matig bewustzijn als een ‘olifant’ door de porseleinkast van het leven, daarbij ervaring opdoend en ongemerkt anderen schade berokkenend. Nú kan deze mens bewust (liefdes)relaties met medemensen gaan opbouwen. In De Geliefden gaat de mens door deze problematiek heen, verlicht door Lucifer en verleid door diens vermomming: de slang.

In dit arcanum staan de twee archetypen Adam (de mens) en Eva (moeder der mensheid) voor respectievelijk de Boom des Levens en de Boom van Kennis van Goed en Kwaad; de aartsengel Lucifer verleidt hen tot ‘kennis en inzicht’. NU wordt de mens voor een keuze gesteld. Dit is het moment waarop het absolute bewustzijn begint: het keuzeproces verdiept zich. Spiritueel en materieel wordt gekozen voor het leven of de dood. Vanaf nu worden liefdesrelaties ook door fysieke percepties beïnvloed. 

Nadat Adam en Eva hebben gekozen geven zij zich aan elkaar. ‘Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen en die twee zullen één vlees zijn. Zo zijn zij niet meer twee, maar één vlees. Hetgeen dat God samengevoegd heeft, scheide de mens niet’. Zij zoeken zichzelf in de ander en de ander in zichzelf, vullen elkaar aan en overbruggen de verschillen door liefde. De delen vormen een geheel dat meer is dan de som der delen. Later spruit uit deze vereniging nieuw leven voort. De mens sticht een gezin, een gemeenschap. In De Geliefden komt, door het bewuste kiezen en emotioneel verbonden worden met anderen, een directer contact met de ziel ( het weten, de innerlijke waarheid) tot ontwikkeling. Dit gaat het leven van de mens richting geven. De mens komt in het arcanum De Intuïtie (Juno, onder meer de godin van het huwelijk).

De mens komt door het samenzijn in contact met een diepe innerlijke dimensie van het Zelf, zijn Innerlijke Waarheid. De Intuïtie ontwikkelt zich doordat de mens tijdens het proces van kiezen en committeren steeds meer naar de innerlijke stem gaat luisteren. De Intuïtie laat zich zien en gaat resoneren met de ziel, het eigene van de mens. Het levensdoel (de individuatie) staat helderder voor ogen. Door De Intuïtie wordt het doen van de juiste keuze uit de alternatieven – het verenigen der tegendelen – mogelijk. Dit arcanum stemt overeen met de communicatieve aspecten en het verlangen tot weten van het teken Tweelingen.

De mens wordt zich bewust van de vrouwelijke expressie van zijn ziel; dit wordt aangegeven met het minteken (yin). Met De Intuïtie eindigt de eerste fase van het proces van zielenexpressie (het materiele werkgebeid van Pentagrammen) en begint de mens met het doorléven van de tweede fase van de levenscyclus (staven).

Deze wordt gekenmerkt door gemeenschapsvorming (gezin, dorp, stad), bewerking van de natuur en productie (staven). Efficiënt produceren is slechts mogelijk als men slagvaardig kan beslissen op basis van ervaring (De Keizer) en inzicht (de Intuïtie, de Innerlijke Waarheid). In het arcanum De Intuïtie leert de mens zijn innerlijke stem volgen, maar zal hij ook moeten strijden tegen de ijdele ‘eigen inzichten’ die in feite de ware expressie van de ziel blokkeren. ‘Heer ziet hij, die een visioen heeft, nu met de ziel of met de geest?’ De Verlosser antwoordde en sprak: ‘Hij ziet noch met de ziel noch met de geest maar met het bewustzijn, dat tussen die twee ligt.’

In vroegere versies van de Tarot werd De Intuïtie Juno genoemd. Juno, de hoedster van de pauwen (het hogere Zelf). De Intuïtie ‘verleidt’ het ego haar te volgen en dit ‘verleiden’ is de reden dat zij traditioneel met één ontbloot been wordt afgebeeld. Zij is de beschermvrouwe van het huwelijk en is de wijze maar ook strijkbare gemaling van Jupiter, de koning der goden; haar wagen werd voortgetrokken door pauwen. Wie het waagde haar echtgenoot door bekoringen tot ontrouw te verleiden, kon erop rekenen door haar tot ondergang te worden gebracht. In de religie van het oude Egypte kende men dit arcanum als de godin (H)Ator Zij werd vereerd als beschermster van minnaars en later veelvuldig afgebeeld als de min van vorsten.

In het arcanum De Innerlijke Waarheid maakt de mens contact met zijn ziel, zijn afkomst, zijn goddelijke oorsprong. Morele waarden in het gezin en de samenleving worden van groot beland, aangezien door hun stabiliserende werking continuïteit, groei en evolutie worden bevorderd. De mens bereikt het arcanum De Priester.

De mens heeft zich door een vrijwillige keuze sociaal gecommitteerd en wordt daardoor deel van een gemeenschap en volledig mens. Omdat in elke sociale gemeenschap waarden, normen en vaste leefregels van belang zijn, moeten deze eerst worden vastgesteld en geaccepteerd. Dit gebeurt in het arcanum De Priester (dit arcanum werd in de middeleeuwen ook wel de Paus genoemd). De Priester is de personificatie of de projectie van de gemeenschappelijke moraal. De morele regels van de maatschappijn zijn, overdrachtelijk gesproken, de sleutels van het Koninkrijk Gods op aarde. ‘Alles is rein voor de reinen, maar voor hen, die besmet en onbetrouwbaar zijn, is niets rein. Maar bij hen zijn zowel het denken als het geweten besmet’. De westerse maatschappijn probeert zich te baseren op christelijke normen en waarden. Dit arcanum komt overeen met het contemplatieve en het koesterende ven het sterrenbeeld Kreeft.

Het woord ‘religie’ (religare = terugbinden) duidt op datgene wat de mens verbindt met zijn oerbron, zijn goddelijke oorsprong. In de ‘religie’ erkent de mens zijn goddelijke afkomst en de middelen om deze verbinding in stand te houden. 

De Priester is de geestelijke vader van de gemeenschap (de dominee, de arts, de notaris, ‘Sinterklaas’) die de mens confronteert met en vorm geeft aan het sociale geweten, de gemeenschappelijke moraal. Hij beschermt en bestendigt het gezin als maatschappelijke kernbouwsteen en leidt de rituele volgens welke sociale verbintenissen worden gesloten, zoals bijvoorbeeld het huwelijk. Het is van belang om in te zien dat de mens in dit arcanum niet alleen in morel zaken door De Priester wordt geleid, maar zelf als De Priester ook leiding geeft. De Priester wordt gesteund door De Innerlijke Waarheid (het geestelijke, hogere, de anima Christi) en de Keizerin (het aardse, lagere het animale). De maatschappijn plaatst De Priester op een materieel voetstuk en zet hem een kroon (tiara) op het hoofd, daarmee zijn drievoudige waardigheid van priester, koning en leraar symboliserend; het gevaar hiervan is geperverteerd spiritueel materialisme. 

De Priester gaat als spirituele en morel ‘wegwijzer’ nauw samenwerken met het matriarchaat. Om het geheel (het Al) te kunnen bewerkstelligen mogen wij de anima in ons niet verloochenen, verstoten of verbannen. (Zoals dat wel gebeurt in fundamentalistische, christelijke en islamitische geloofgemeenschappen). Om de bloei in materiele zin te doen realiseren komt de mens in het volgende arcanum, De Keizerin. 

Doordat de mens nu in een sociaal zinvol en veilig klimaat kan werken, breekt er voor hem een zeer vruchtbare periode aan. De materie heeft de neiging zich om de ‘Geest’ te verdichten. Dit proces begint in De Keizerin en vindt zijn vervulling in De Zegewagen. De Keizerin (het universele symbool van vruchtbaarheid en weelde) wordt als zwangere vrouw afgebeeld. Zij is ‘Moeder Aarde’ die vol leven is, het zaad laat kiemen, leven geeft en inspireert. Haar symbool is Venus, symbool en planeet van de liefde. Zij is de deur waardoor de groei en het leven in de wereld komen. Astrologisch is ze gecorreleerd met de sterke eigenheid en de moederlijke natuur van het teken Kreeft.

In het arcanum De Keizer regeerde de mens met zijn denken (de geest over de materie). Hij laat huizen boven, mensen leven en geeft leiding. IN De Keizerin is het andersom. De in verwachting zijnde Keizerin regeert met de cirkel boven het kruis, dus met haar lichaam (de materie) over de geest: zij doet een foetus, een bezield nieuw wezen groeien. Zij inspireert ook de man, zet hem aan tot groei, stimuleert zijn verbeeldingskracht, laat hem uitvinden en produceren. Haar scepter draagt een bol: dit is de aarde, het symbool van de materie. De Keizerin is het archetype van de inspirerende oer-moeder en wordt ook wel Vrouwe Urania, de negende muze, genoemd.

De Keizerin is de prachtig geklede Zomer-koningin, het centrum van de festiviteiten rond de oogst. De waterval stort zich uit in de vijver (het mannelijke en het vrouwelijke verenigen zich); de overstromende rivier symboliseert de jaarlijks terugkerende en vruchtbaarheid brengende regens en overstromingen. Planten groeien en bloeien rijkelijk aan haar voeten, het koren rijpt op de voorgrond; het is de tijd van de hoorn des overvloeds.

De creatieve krachten en materiele weelde (geld) in De Keizerin leiden ertoe dat de mens (eigenlijk zijn ziel) zich kan manifesteren door de vruchten van zijn werk. Dat kan een bouwwerk zijn, een nieuwe technologie, een idee. Haar ‘zoon’ kan zich nu in het arcanum De Zegewagen manifesteren.

De mens manifesteert zijn schepping en oogst waardering voor zijn werk. Hij is op het toppunt van zijn macht; zoals de zon op het middaguur het hoogst aan de hemel staat, zo verschijnt dit arcanum op het hoogtepunt in de levenscyclus. Het is het moment van de intocht van Jezus in Jeruzalem. Door deze manifestatie ontstaat ook strijd. Want daar waar iemand wezenlijk verschijnt of is, kan niet iemand of iets anders zijn; die ander of dat andere zal moeten wijken. Vijandigheid en rebellie worden in de fase van De Zegewagen beheerst. Astrologisch komt De Zegewagen overeen met het warm stralende en fiere dierenriemteken Leeuw.

In de expressie van zijn ziel overwint de mens het dualisme, overschrijdt tijd en ruimte, heeft overzicht en beheerst de situatie. Jezus zei: “wanneer iemand één is zal bij vol licht zijn, maar wanneer hij verdeeld is zal hij met duisternis zijn vervuld”. De Zegewagen wordt voortbewogen door twee sfinxen. Gedragen door de waarachtigheid van zijn werk beweegt de mens zich voort onder invloed van twee polaire krachten die onder controle van zijn wil staan (hij gebruikt geen leidsels). Opstijgend uit de kubus (De Steen der Wijzen, waarop De Keizer gezeten was) is de Zoon, de openbaring van zijn Vader, ‘en het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond…’.

De door de mens gemanifesteerde creatie heeft eeuwigheidswaarde en verandert het aanzien van de aarde en de mensheid in een bepaald opzicht voor altijd. We vinden dit terug in de astrologische dierenriem om het lichaam van de mens in De Zegewagen. De mens in De Zegewagen draagt een fonkelende ster in zijn kroon: het kruinchakra is open en in contact met De Ster van belofte, hoop en incarnatie. Zij medemens verwacht dat de creatie (een nieuwe uitvinding, technologie, of gedachte) hem verder zal brengen. De mens wordt door een tuniek van kennis en gevoelens van waardering beschermd. Hij draagt de staf met in de top een graankorrel: het ‘zaad’ van de manifestatie (tegenwoordig de maarschalkstaf). Het embleem op de wagen is de vereniging der tegendelen, het wiel en de as, de nul en de één in het binaire getallenstelsel. De twee maanfasen (Nieuwe en Oude maan) op zijn schouders vormen samen een Januskop. Als vijfde essentie geeft hij vorm en zin aan de wereld, de vierheid (de vier palen van het baldakijn. 

In het nog agrarische landschap ontwikkelt zich (op de achtergrond) een stad: de gemeenschap zelf komt ook tot een complexer expressie, ze neemt stedelijk vormen aan. Nadat de top bereikt is wordt de mens rustiger en ouder en wijzer. Zo wordt hij de raadgever van de gemeenschap en komt hij in het arcanum De Kluizenaar.

Ouder geworden trekt de mens zich terug uit het actieve leven. Hij strijdt niet meer, onthecht zich en merkt dat zijn tijd verstrijkt. De zon gaat dalen en het wordt kouder om hem heen. Hij is nu ‘een oudste’ in de gemeenschap, iemand ‘die alles gehad heeft’ en die als raadgever met zijn levenservaring anderen in moeilijke situaties adviseert. Als oudste wordt hij door de gemeenschap met ontzag behandeld. ‘Wie de ouderdom niet eert is de ouderdom niet weerd’. Hij doet het rustiger aan of is met pensioen, zit in besturen en commissies en geeft zijn eigen interpretaties aan de sociale normen. 

Er wordt naar De Kluizenaar geluisterd, want hij heeft nog niet zo lang geleden zelf in De Zegewagen gereden en beschikt over zeer veel levenservaring. Omdat hij nieuwe heersers en overwinnaars met zijn inzichten terzijde staat (koningsraad – de raadsheer in het schaakspel ter zijde van het koninklijk echtpaar) correleert dit arcanum astrologisch goed met de autoriteit en waardigheid van het sterrenbeeld Leeuw.

De symboliek in dit arcanum is spaarzaam. De Kluizenaar is een wat waardige man die terugkijkt op zijn levenspad. ‘De ouderdom geneest ons van onze jeugd’. Tot op heden heeft hij dingen gedaan zonder zich (veel) om achtergronden of gevolgen te bekommeren. Hij verkeert nu eenzaam tussen materiele en geestelijke existentieniveaus: een onherbergzaam oord. ‘Hij komt zichzelf tegen’.

Hij heeft de drang te reflecteren over wat hij heeft gedaan en waarom, hoe hij bepaalde juiste en verkeerde beslissingen heeft genomen, wat wijs was en wat niet. Zo begeeft hij zich verder op zijn innerlijk pad van individuatie. Met zijn lamp van inzicht laat hij het licht voor anderen en zichzelf schijnen over alle Arcana waar hij doorheen is gegaan. Op die eenzame weg is uiterlijk vertoon en sekse niet van belang: De Kluizenaar is in een habijt gekleed en steunt op een bloeiende staf – zijn spirituele potentie. De mens is nu abstract met het leven bezig. De gemeenschap aanvaardt zijn wijsheid en oordeel. Hierdoor komt de mens in het arcanum: De Rechtvaardigheid.

In dit arcanum De Rechtvaardigheid is de mens in een situatie waarin recht wordt gesproken. Hij kan als rechter optreden, maar er wordt ook óver hem recht gesproken. Hij oogt nu wat hij heeft gezaaid. De weegschaal weegt zijn daden en bepaalt de straf, het zwaard velt het oordeel; de wijzen in de gemeenschap treden daartoe op als rechters. Zij stellen vast wat de waarheid is (gesymboliseerd door de vierkante edelsteen in de kroon en de vierkante gesp op zijn keelchakra) en bepalen wie juist heeft gehandeld en wie waar recht op heeft.

In De Rechtvaardigheid wordt de mens een absolute norm voor handelen en gedrag opgelegd door een onafhankelijk van hem opererende autoriteit. In dit arcanum wordt richting gegeven aan de ontwikkeling van de mens als die van zijn levensweg af raakt door eigen schuld of door toedoen van anderen. ‘Vergis u niet, God laat zich niet bespotten’. Astrologisch is dit arcanum gecorreleerd met het analytische en zuiverende in het teken Maagd.

In dit stadium van de levenscyclus creëert de gemeenschap een autoriteit die over de mens kan oordelen als deze daar zelf niet toe in staat is. Niet ieder mens mag zomaar straffen, dat wil zeggen aangedaan leed vergelden, want dat zou eigen richting betekenen en dus het loslaten van recht en orde. Daarom mag alleen de over de mens gestelde overheid het zwaard hanteren, De mensen kunnen het ook niet zonder meer eens worden over het verdelen van de oogst die aan het eind van de productieve fase der Staven beschikbaar is gekomen. Daarvoor is een objectieve maatstaf nodig die prestaties en behoeften afmeet, ere evenwicht in brengt, een weegschaal. ‘… en met welke maat gij meet, zal u wedergemeten worden’.

De gemeenschap heeft zich ontwikkeld tot een ingewikkelde maatschappelijke structuur, een stad, die door de rechtsprekende autoriteit bijeen wordt gehouden. Het arcanum De Rechtvaardigheid representeert de beoordeling van ons werk, het wegen en toedelen, het karma. Hierdoor draait de levenscyclus, het ‘karmisch wiel’ verder. Er openen zich nieuwe mogelijkheden. De mens komt in het arcanum De Wereld.

De levensloop van de mens op de draaiende wereld gaat (binnen de universele synchroniciteit) verder volgens de wetten van oorzaak en gevolg, Daarom heet dit arcanum ook wel Het Rad van Fortuin of Het Karmisch Wiel. Er openen zich mogelijkheden voor ontwikkeling in het emotionele en spirituele valk; er is een nieuw hoekpunt bereikt. Kenmerkend voor de gang van het wiel is de continu afwisselende op en neergaande beweging – welke zich ook in de cycli van ons leven voltrekken. ‘Al wie zichzelf zal verhogen, zal vernederd worden, en al wie zichzelf zal vernederen zal verhoogd worden’. Daarom treden in dit stadium belangrijk veranderingen op. Astrologisch is dit arcanum gecorreleerd met het orde zoekende en het aardse van het teken Maagd.

Het wiel is een bekend noodlot archetype. In de Griekse mythologie sponnen de noodlotsgodinnen op spinnewielen de ‘levensdraad’ van ieder mens. Ze waren zo machtig dat zelfs de oppergod Zeus (Jupiter) hen moest gehoorzamen. ‘Jezus over wie vrede zij heeft gezegd: De Wereld is een burg. Ga er over, maar ga er niet op zitten’. 

Op het wiel (ROTA in het Latijn) staat het woord TARO(T): het is de wederkerende gang van de mens door het universum van leven en dood. De slang (materialisme) is neergaand, de jakhals (vernieuwing) is opgaand en de sfinx (evenwicht) behoudt het evenwicht aan de top. In de vier hoeken rondom de aarde (de uithoeken van het heelal – die ook verwijzen naar het in de levenscyclus diametraal ertegenover liggende arcanum Het Universum) zijn de vier Bijbelse, gevleugelde wezens weergegeven: de engel, de stier, de leeuw en de adelaar. Zij huldigen God en hebben inzage in het ‘levensboek’. Astrologisch vormen deze vier dieren het vaste kruis in de dierenriem (Aquarius, Taurus, Leo, Scorpio). 

Het arcanum De Wereld is eenzelfde afronding van een fase in de levenscyclus als De Intuïtie (Juno) dat is. Nu is het de productieve fase (Staven) die ten einde is. In het arcanum De Wereld slaat de mens een nieuwe, meer emotionele en spirituele en offerende richting in, waarin hij zijn materiele en productieve gerichtheid zal moeten loslaten (offeren): hij komt in de fase van Bekers. De mens zal de consequenties van zijn daden en nieuwe verworven karma gaan dragen. Verantwoordelijk gehouden door De Wereld komt hij in het arcanum De Kracht. 

Met De Kracht begint de schemering in te vallen; de nachtzijde is de levensweg, de meer emotionele fase van Bekers vangt aan. In dit arcanum begint de mens zich te onthechten, zijn geloof en zijn ziel zijn nu klaar om het offer te brengen. De mens is volledig verantwoordelijk voor, en geeft openlijk vorm aan zijn innerlijk geloof; hij stelt daarbij het meest waardevolle (zijn leven, de carrière, bezittingen) in de waagschaal. De oogst wordt gewogen, leven en dood worden tegen elkaar afgewogen. Astrologisch is dit teken gecorreleerd met de welwillendheid en de synthese van het teken Weegschaal.

In dit stadium is de mens geestelijk zeer sterk en weet zich staande te houden tegenover grote krachten die erop uit zijn om dat waar hij voor staat te vernietigen. De kracht van het geloof houdt hem overeind. Het op geloven gebaseerde Doen waarvoor men verantwoordelijk is, doet de mens staan achter zijn overtuiging, ook als niemand dat van hem vraagt! Het is de overtuiging van bijvoorbeeld een vluchteling die een ongewisse toekomst tegemoet gaat, de employé die uit principe ontslag neemt, de gelovige die wordt vervolgd.

De symboliek in dit arcanum is gecorreleerd met het Bijbelse verhaal van Daniel, die wegens zijn dienst aan God door de – verkeerd geadviseerde – koning Darius in de leeuwenkuil werd geworpen. De leeuwen (koninklijk symbool voor de maatschappij) deden Daniel echter niets, want God zond een engel die de muilen van de leeuwen sloot. De Indo-Germanen offerden aan de hoogste wereldgeesten (De Kracht ligt naast De Wereld) en zeiden daarbij ‘joe-gho-tom’ = ‘ik offer’. Daaruit ontstond het woord ‘God’, waarmee nu de hoogste identiteit (De Schepper) wordt aangeduid. Wie God wil dienen, moet in Hem zichzelf ten offer brengen en daardoor één met Hem worden. Het offer wordt gebracht in ‘de stad’: Jezus werd in Jeruzalem gekruisigd. Zijn en ons offer en het daarmee gepaard gaande lijden is pijnlijk reëel en behoort tot de wereldse realiteit. Daar de mens uiteindelijk het ‘slachtoffer’ van zijn geloof en overtuiging wordt komt hij in het arcanum De Gehangene.

De situatie is ernstig. De mens ‘hangt’ aan zijn leven en weten en is een bewust ‘slachtoffer’ van zijn eigen waarden geworden. De mens wordt door zijn karma genoodzaakt ‘zijn leven te geven voor een Idee’. In materieel opzicht raakt hij daarbij alles kwijt waarvoor hij gewerkt en gevochten heeft. Het geld valt uit zijn zakken, de door hem vergaarde materie vloeit weer naar de aarde toe. Zijn Weten verlicht echter de marteling, omdat hij de zin van zijn offer inziet. ‘Vrees niet degenen die slechts het lichaam kunnen doden doch de ziel niets kunnen doen’. Hij is ervan overtuigd dat een bevrijdende opstandig zal volgen. De Gehangene wordt astrologisch gecorreleerd met het creatieve offer van het teken Weegschaal.

Het waarachtige offer van De Gehangene is niet alleen een pijnlijke beproeving omdat het bewust wordt gebracht, maar ook een initiatie waarin de mens zich ‘verlicht’ bewust is van wat er met hem gebeurt: de ogen van De Gehangene zijn open. Zijn hoofd is door een aura van stralen omgeven en naar de aarde gericht. Anderen varen er materieel en spiritueel wel bij, omdat hij toont wat werkelijk van belang is in de wereld. Dit arcanum is verbonden met de creativiteit in kunsten en wetenschap. Creativiteit vereist opoffering. Door de eenwording met ‘God’ in het offer ontstaan geïnspireerde creaties. Mozart, Michelangelo, Rembrandt, Van Gogh, Back, Einstein en Curie hebben hun leven geofferd, ook letterlijk, ter wille van het esoterisch idee ten nutte en ter ontroering van de mensheid. 

In het arcanum De Gehangene keren alle waarden zich om. De visie die de mens nu op de wereld en zichzelf heeft is er een van ontgoocheling als gevolg van een te nauwe verbondenheid met en geloof in eigen wereldbeeld, dat nu moet worden gerelativeerd. De beker wordt omgekeerd en leeggegoten (het geld valt uit zijn zakken). Wat vroeger gold, geldt nu niet meer. Dit ‘bewuste lijden’ maakt verder ‘uitkristalliseren’ van de ziel mogelijk.

Het kruis waaraan De Gehangene is opgehangen, is van levend hout; groeien doet lijden. De mens is omgekeerd opgehangen aan ‘het been’ waarop hij stond bij het verdedigen van ‘zijn’ waarheid en kan niet anders dan offeren. Dit wordt aangegeven door de vorm van de boom, het TAO-kruis, dat het teken is van de weg van overgave, de (offer)tafel (het altaar). De paddenstoelen verwijzen naar de ‘plutonische’ aard van de revolutie die zicht in het innerlijk van De Gehangene afspeelt en het verruimde bewustzijn daarbij aanwezig. De afvallende bladeren verwijzen naar de herfst waarin het leven zich offert. Nu hij de aarde (De Wereld) verlicht met zijn offer begint voor De gehangene het proces van overgang (van het leven naar gene zijde) van de ziel. De mens wordt door de (doods)engel aangeraakt en komt in het arcanum De Gematigdheid. 

Het leven op aarde is voorbij en het stervensproces zet in. De mens is nu in een toestand van overgang. De dimensies van tijd en ruimte vloeien ineen, waardoor verder lichamelijk leven op aarde onmogelijk wordt. De mens staat op de grens van het materiële en het immateriële, hij doet afstand van zijn lichaam en excarneert. De essenties van de mens worden door de (doods)engel opgevangen. De mens is rustig, bescheiden en gematigd, want een stervende heeft geen wensen meer. De Gematigdheid is astrologisch gecorreleerd met het mysterieuze zodiakale teken dat zelfbeheersing nastreeft maar ook zichzelf kan ‘doden’ (transmuteren): Schorpioen.

Datgene wat na de dood overblijft, keert terug naar de oerwateren van het tijd-ruimte-continuüm dat wij onbewust kennen en waaraan archetypen ons herinneren: de engel staat met één voet op het land en met de andere in het water. De Tarot beschrijft het stervens – en wederopstandingproces in de reeks van Arcana die begint met De Gematigdheid en eindigt met Het Laatste Oordeel. Door vele gedocumenteerde bijna-doodervaringen is men nu ook in westerse kringen geneigd te onderkennen dat de ziel na de dood blijft bestaan en achtereenvolgens bepaalde stadia doorloopt om daarna op aarde wedergeboren te worden.

Wedergeboorte is het centrale punt in vele godsdiensten. Het Tibetaanse Dodenboek en Dante’s Divina Commedia beschrijven de stadia na de dood op eenzelfde wijze als de Tarot. Via de dood komt de ziel van de mens eerst in een vredige tussentoestand (het ‘heldere licht’ straalt uitnodigend boven de bergen van rotssteen, De Waarheid) waarin deze een volkomen, tijdloos inzicht ‘beleeft’ in zijn voorbije leven(s). Vervolgens slaat de essentie óf een nieuw pad in dat uitmondt in herformulering van de levenstaak en wedergeboorte als begin van een nieuwe levenscyclus, óf hij wordt de, in vele religies als einddoel beschreven, verlichting en eenwording met het goddelijke deelachtig. 

De mens gaat nu over in ‘de tijd’. De vier dimensies van ruimte en tijd vloeien ineen. Zijn ziel slaat een onbekend pad in, zijn materiele lichaam gaat naar het volgende arcanum, De Dood. 

Na het geven van de geest volgt de stoffelijke dood. Dit kan een mens betreffen, maar bijvoorbeeld ook een bedrijf, kunstwerk of instrument. De cellen van het ontzielde lichaam vallen uiteen, het verlaten kasteel vervalt tot een ruïne, het apparaat in vreemde handen gaat stuk, het leger zonder generaal wordt verslagen. In het algemeen beschrijft dit arcanum hoe door het sterven verworvenheden als stof over de aarde worden verspreid, de erfenissen worden verdeeld. De wet onder alle levende schepselen is dat er geen bestendigheid bestaat. Astrologisch correleert het arcanum De Dood, waarin verdieping in de levensgeheimen van leven en dood centraal staat, met het teken Schorpioen. 

Nieuw graan kan pas vrucht dragen als het oude is doodgegaan. Vandaar dat de dood vaak wordt afgebeeld met een zeis waarmee deze mensen oogst door hen als koren te maaien en daardoor – onvermijdelijk – te doden. De Dood gaat gepaard met materiele chaos. Dit is een natuurlijk proces, want ‘mest’ moet egaal over de aarde worden verspreid om overal nieuwe groei te bewerkstelligen.

Met de zandloper (chronos) wenkt De Dood de mens en zegt hem dat ‘zijn tijd’ is aangebroken. Ieder mens zal op een gegeven moment zijn stoffelijk bestaan op aarde moeten loslaten: jong of oud, rijk of arm, hoog of laag. De Dood doet zelfs De Keizer vallen. In De Dood zijn wij allen gelijk. De Dood is een maatgevend arcanum. Memento mori (gedenk te sterven) is het enige feit waar de mens wat zijn toekomst betreft zekerheid in vindt. De bedoeling van dit weten is de mens te doen inzien dat hij ten opzicht van het leven, zichzelf en de naaste bescheiden moet zijn.

Het nu beginnende zuiveringsproces selecteert en vernietigt het onbruikbare in de ziel en transformeert en bundelt het goede voor een nieuwe levenscyclus. De twee torens en het licht aan de horizon duiden de, in het verschiet liggende, nieuwe scheiding van tijd en ruimte aan (de toekomstige wedergeboorte). Uit God zijt gij en tot God zult gij wederkeren.

Het dertiende en veertiende arcanum horen bijeen. Eerst gaat in De Gematigdheid de ziel over; daarna treft het door de ziel verlaten lichaam De Dood. De geestelijke erfenis van het op aarde geleefde leven is nog geboden aan de ziel, hetgeen wordt verbeeld door het volgende arcanum, De Duivel.

Na De Dood is de ziel weliswaar los van het lichaam, maar nog steeds gebonden aan het geleide leven omdat sterke materieel gerichte identificaties zoals gedachten en gevoelsstructuren na de dood in het zielelichaam nog in stand zijn gebleven (niet zijn ‘uitgekristalliseerd’). Gedachtestructuren en ‘psychische kleding’ zoals bijvoorbeeld achtergebleven familieleden en andere emotioneel gelaten relaties, goederen (‘bezit bezet’), als mede nutteloos werk waardoor de ziel niet verder heeft kunnen groeien, binden de ziel aan het voorbije leven en maken het moeilijk de lichamelijke dood te aanvaarden.

Astrologisch staat dit arcanum in verband met de religie en het God zoekende (en belevende) aspect van het teken Boogschutter. De ziel is nog geketend aan ‘de koning der leugens’: de halve waarheid (grootspraak). Dit wordt gesymboliseerd door de halve kubus waar De Duivel op zit. Een mens die zichzelf boven zijn goddelijke taak stelt wordt een gevangene van zijn eigen beperkingen en zwaktes. In het arcanum De Duivel wordt de ziel geconfronteerd met zijn verkeerde daden. De Duivels is als een politieagent die een stopteken geeft of een grens aanduidt waar men niet zonder meer voorbij kan gaan.

De fakkel in de linkerhand van De Duivel is naar beneden gericht. De toorts symboliseert het luciferale vuur dat naar de aarde wordt gezonden en vervolgens (in eerste instantie door het vrouwelijke) wordt overgenomen in de ratio-logos van de mens en komt overeen met de appels in de boom van kennis van Goed en Kwaad in het arcanum de Geliefden. Dit vuur staat voor het menselijk initiatief in de keuze tussen Goed en Kwaad, en geeft tevens aan dat het Kwaad – De Duivel – zijn eigen vernietiging in zich draagt en bewerkstelligt. 

De nu in het tijd-ruimte-continuüm verkerende ziel heeft wél overzicht over zijn geleide leven, maar heeft geen keuze meer – kan niet meer ‘slapen’ of op een andere manier ontsnappen. Hij is gebonden aan zijn in het leven opgebouwde identificaties. Hierdoor springen wandaden naar voren, ze ‘liggen als een steen’ op de ziel. De ziel ervaart de door hemzelf gecreëerde hellewerelden ‘aan den lijve’ en moet ze erkennen als de reflecties van zijn eigen werk waarin de menselijkheid op zijn kop werd gezet (zie het omgekeerde pentagram op de kop van De Duivel). De Divina Commedia van Dante en Het Tibetaanse Dodenboek beschrijven deze belevenissen van de ziel nauwkeurig. Zodra de ziel de beperkingen van zijn ego doorziet en de ervaren hellewerelden als spiegelbeeld van zijn identificaties met de stof erkent, stapt deze door de hem voorgehouden duivelsspiegel heen (in het zwarte omgekeerde pentagram verschijnt het heldere licht van het witten rechtopstaande pentagram). Zelfkennis is godskennis, de mens gaat in het volgende arcanum De Waarheid zien. 

De Waarheid bevrijdt. De ziel van de mens wordt uit de droom geholpen. De nachtmerrie van De Duivel is voorbij. De ziel van de mens wordt nu geconfronteerd met de absolute en objectieve waarheid ten aanzien van zichzelf en de Schepping. In een flits krijgt de mens/zoel totaal inzicht en ervaart het één zijn met de Schepping. Het Tibetaanse Dodenboek en vele bijna-doodervaringen beschrijven dit als het zien van het ‘heldere licht’. Astrologisch is dit arcanum gecorreleerd met het teken Boogschutter, die zijn pijl gericht heeft op de Waarheid in zijn drang naar het alweten en al-begrijpen.

Vele zielen kunnen De Waarheid, dit fel-witte licht slechts kort aanzien. Naarmate een ziel zich vollediger heeft gerealiseerd, voelt deze zich meer thuis in dit licht van de Goddelijke Waarheid. Een ziel die zich kan overgeven aan de eenwording met het ‘heldere licht’ doorbreekt zo de cirkelgang van wedergeboorte, leven en dood en is ‘verlicht’ en voorgoed één met dit arcanum. Deze ziel is vrij.

In de Tarot van Marseille en de Tarot van Besançon wordt De Waarheid in de gestalte van Jupiter afgebeeld als de koning der goden (de mannelijke expressie van de ziel – yang_ en echtgenoot van Juno. In de Tarot worden de waarheid en De Intuïtie ook als het godenpaar gezien. Jupiter houdt het geweten wakker teneinde op aarde goedheid, rechtvaardigheid, orde, welwillendheid en vriendelijkheid te laten regeren en onechtheid en onwaarheid te straffen. Zijn symbool is de dubbele bliksemschicht. In de Germaanse mythologie is het de dondergod Thor. In Tibet is deze bliksemschicht gestileerd tot de ‘dorje’, het rituele voorwerp van de boeddhistische priester.

Het archetype van de adelaar die traditioneel als alles ziende warnemer en metgezel bij Jupiter wordt afgebeeld symboliseert de mystieke dood van het lagere Ik, en is ook de cherubijn van Johannes de evangelist (Schorpioen) die in dit hoekpunt van de levenscyclus wordt geplaatst (zie ook de grote Arcana Het Universum en De Wereld).

De Waarheid is de keerzijde van de leugen. Door het erkennen van de objectieve waarheid over zichzelf kan de ziel het geleide, aardse leven achter zich laten en zijn kledij van gedachtestructuren (De Duivel) afwerpen. In het arcanum De Waarheid hervindt de ziel van de mens zijn goddelijke oorsprong en taak. De ziel komt tot activiteit en geestelijke herformulering, Het oude bouwsel van achterhaalde gedachtestructuren moet daartoe door de bliksemstraal van De Waarheid (Jupiter) aan stukken worden geslagen. Dit gebeurt in het hierna volgende arcanum, De Toren.

Onze dwaling sluit ons op. De eigendunk en de wil van het ego zijn de muren van De Toren welke ons gevangen houden en de ketenen die ons binden (in het arcanum De Duivel). De verlossing ligt in onszelf, door deze gevangenschap in te zien en De Waarheid te erkennen. De waarheid leidt onherroepelijk tot afbraak van al het psychisch onechte en ‘pulp’. De ziel verliest alle ‘kledij’ in de nu aanvangende ‘winterse’ fase van de levenscyclus en keert terug naar zijn essentie. Astrologisch wordt dit arcanum gesymboliseerd door de wetenschaps en organisatiezin van het teken Steenbok.

Ieder mens bouwt in zijn leven een vesting, toren, zielehuis, gevangenis van ervaringen, herinneringen, vaardigheden, gebeurtenissen, wetenschap: we noemen dit gedachtestructuren. Een deel hiervan is echt, in overeenstemming met de ziel en bestand tegen ‘de tand des tijds’, een deel is niet echt. Het ego-gedrag van de mens leidt tot ‘de Toren van Babel. Deze Toren wordt door de bliksemstraal van Jupiter, Thor, Wodan, Allah, De waarheid, God, getroffen en stort in elkaar. Als de Heer niet de leiding heeft bij het bouwen van een huis, dan werken zij die eraan bouwen tevergeefs. Fouten worden nu ontmaskerd. Het faillissement is duidelijk én grondig, het verkeerd gebouwde schip vergaat in de orkaan, het slechte project legt het loodje, de bedrieger wordt ‘de kroon van het hoofd gestoten’. Het proces dat De Toren uitbeeldt is uitermate pijnlijk voor de ziel. De mens verliest namelijk zijn ‘gezicht’ (persona) en stort ter aarde.

De Toren is ook een gevangenis (tralies in de raampjes) en de vernietiging ervan betekent ook bevrijding daaruit. Daarom zijn er traditioneel in dit arcanum altijd twee mensen afgebeeld: één is dood op de rotssteen (Waarheid) gevallen en de ander is levend, vrij zwevend in de ruimte. “Verbrijzeld is het huis, de schijn slechts vormde het. Ongedeerd schrijd ik voort, bevrijding is mijn deel’ (Boeddha).

Na de afbraak van de onechte en zielsvreemde gedachten, ‘kristallisaties’, komt de ziel middels een proces van condensatie en herschepping tot herformulering van de taak in het volgende leven. In het volgende arcanum, De Maan, worden de essenties voor het nieuwe begin vergaard.

In het vorige arcanum – ook wel ‘de tweede dood’ genoemd – is het materiele, niet-hemelse in de zielestructuur vernietigd. Wat overblijft zijn zielesporen. We zeggen van iets dat gebroken is: ‘het is naar de maan’. Wat nu gebeurt is het ‘alchemistische’ proces waarin illusies vervluchtigen en overgebleven zielefragmenten gaan gisten, zich verzamelen en verdichten. Was het zo dat in het arcanum De Keizerin de geest zich verbond met het materiele, in het arcanum De Maan maakt de geest zich definitief los van het materiele en komt tot nieuw, onafhankelijk bewustzijn. Astrologisch staat dit arcanum in het teken van de eenzame en volhardende klimmer, de Steenbok. 

Het arcanum De Maan toont de Oerzee vol van zielen en zielefragmenten waaruit een kreeft naar boven kruipt. Deze symboliseert het deel van de ziel, dat echt en onvernietigbaar is gebleken. Uit het moeras stijgen als in een soort destillatieproces de ziele fragmenten als fluorescerende vlammetjes omhoog. De Maan is het koude opvangvat, het vacuüm dat de fragmenten naar zich toe trekt en verdicht. De doodshonden (de wolf en de hond) bewaken de in en uitgang van het doden of schimmenrijk en zij markeren het einde van de loutering die de ziel heeft ondergaan.

Een integer gevormd geestelijk lichaam komt met vrij weinig beschadigingen door de stadia Toren en Maan, maar van een slecht gefundeerd zielelichaam blijven slechts enkele goede fragmenten over, die zich tot een nieuwe structuur verdichten.

Het arcanum de Maan is een periode van zich stollende hoop. Het levensdoel wordt door het wachten opnieuw geformuleerd, waarna het vernieuwde zielspatroon gelegenheid zal krijgen tot zelfrealisatie. Als de nacht het diepste duister heeft bereikt, komt ook de hoop op een nieuwe dag. De twee torens, de scheiding van tijd en ruimte, zijn nu dichtbij. Het nieuwe zielepad kruist de denkbeeldige lijn tussen die twee torens spoedig: de geest zal uitgestort gaan worden. De hoop op een nieuw leven, de aanstaande incarnatie, wordt aangekondigd door het hierna volgende arcanum, De Ster.

De Ster is het universele symbool en archetype van de hoop. De Ster is het licht in de duisternis, de richtinggever. Hoop doet leven. Na de purificatie in De Maan wordt nu de nieuwe geest uitgestort in de schepping. Zo zegeviert de ziel over De Dood, hetgeen ook in het christelijke paasfeest wordt gevierd. De Ster kondigt wedergeboorte en de ‘genezing’ aan: een nieuw leven of plan wordt geconcipieerd. Astrologisch komt De Ster treffend overeen met het teken van de Waterman, die uit twee kruiken de geest uitstort over land en water (Aquarius als symbool van de bewuste mens in contact met het leiden beginsel van de goddelijke inspiratie). 

De Ster is het licht aan het eind van de tunnel, de Ster van Bethlehem, de Morgenster Venus. Bij de oude Egyptenaren is het Sirius, de Hondssster, die door het verschijnen aan de horizon de jaarlijkse overstroming van de Nijl aankondigde en de akkers vruchtbaar maakte. 

De reden dat dit arcanum De Ster in de Tarot in de herstelde orde als een tweeslachtige figuur is weergegeven, komt omdat in de menselijke verbeelding van God zowel het mannelijke als het vrouwelijke aanwezig is. Door de indaling van de ziel in de stof (een mannelijke of vrouwelijk lichaam) genereert het gekozen lichaam de typisch mannelijke of vrouwelijke uitingsvorm aan de ziel als een soort geconditioneerd reflex zoals bijvoorbeeld machogedrag of hysterie.

De zeven kleine sterren symboliseren de planeten. In de astrologie brengen de planeten de principes in de dierenriem naar de werkingsvelden (de huizen). Het getal zeven symboliseert de toonzetting van de ziel die nu een begin maakt met de incarnatie.

De vernieuwde ziel richt zich in De Ster op een leidend beginsel. Dit geeft de ziel eigenwaarde, de unieke geestelijke frequentie (golfbeweging) die synchroniciteit oproept waarin nieuwe, potentieel ruchtbare situaties voor de expressie van de ziel volgens dat leidend beginsel binnen het ‘gezichtsveld’ komen. 

Ook het christendom leert reïncarnatie als ‘Opstanding van het vlees’. Dit ‘vlees’ betreft de nog aan de ziel hangende aantrekkingskracht tot het aardse leven. De Ziel gaat met soortgelijke trillingen van incarnatiemilieus resoneren, kiest voor één van de zich voordoende situaties en verenigt zich daarmee. In dit stadium krijgt bijvoorbeeld een werkeloze ‘opeens’ diverse mogelijkheden voor werk waaruit hij kan kiezen. De bronbeek symboliseert een voortdurende stroom van ziel-incarnaties. Het vogeltje in de levensboom symboliseert de hernieuwde ziel die gaat wegvliegen om met de nieuwe levenstaak te beginnen. De ziel gaat zich in het arcanum De Zon concretiseren in de stof, een nieuw (foetaal) lichaam voor een hernieuw bestaan op aarde.

De Zon is het arcanum van kracht en groei. De gezuiverde ziel begint met de realisering van het in De Ster gekozen doel. Nu de nieuwe taak vaststaat en het incarnatiemilieu is gekozen kan de ziel materie om zich heen groeperen en opnieuw groeien tot een nieuw kind. Geconcipieerd zijnde manifesteert het zich en groeit in de moederbuik. Astrologisch komt dit arcanum, dat in het verlengde van De Ster lift, overeen met ‘de nieuwe mens’ van het teken Waterman. 

Het zielestadium in het arcanum De Zon wordt eveneens beschreven in het Tibetaanse Dodenboek. De ziel zoekt een huis van waaruit zij het nieuwe doel kan realiseren. Naarmate de ziel een hogere graad van integriteit heeft bereikt zal de synchrone resonantie zuiverder zijn en het gekozen incarnatiemilieu juister. Het Tibetaanse Dodenboek geeft aanwijzingen over hoe de stap van ‘de keuze van de juiste moederschoot’ zo goed mogelijk te volbrengen. 

De zon symboliseert de universele en persoonlijke levenskracht zonder welke het leven noch het bewustzijn mogelijk zijn. In een horoscoop is het de zon die als dominant, spiritueel werkingsveld vorm geeft aan de manifestatie van de ziel. In deze fase van de levenscyclus valt het Licht in de duisternis. De geest ontwikkelt zich in de stof. De foetus ontwikkelt zich in de tempel (het lichaam).

Het kind symboliseert de nieuwe mogelijkheden voor de ziel. De nieuwe mens is een geschenk voor de mensheid zoals ook voor iedereen de zon schijnt. Het kindje staat op een wolkje en is aldus boven de aardse wereld verheven (het kind wordt nu gedragen in de baarmoeder). De zonnebloemen symboliseren de vier elementen: het materiaal dat de geïncarneerde ziel ter beschikking staat en zich om de ziel zal gaan groeperen tot vorming van een stoffelijk lichaam.

De begroeide muur (de ‘ruïne’ van het arcanum De Toren) symboliseert de veilige en paradijselijke staat waarin de groeiende nieuwe mens nu verkeert. De situatie is te vergelijken met een parachutist die wel al uit het vliegtuig is gesprongen, maar nog niet is geland. Het nieuwe begin, de geboorte op aarde, geschiedt in het volgende arcanum, Het Laatste Oordeel.

De spirituele en materiele voorbereiding van de ziel is voltooid. Het laatste hemelse oordeel voltrekt zich aan de mens: het nieuwe begin, de geboorte van de nieuwe mens/ziel op aarde. De mens zelf heeft in De Ster de plaats gekozen waar hij het nieuwe levensspoor zal beginnen en bepaalt daardoor zelf zijn opdracht (zijn karma). In dit arcanum wordt de ‘navelstreng’ met het verleden (vorige levens) doorgesneden. De mens/ziel krijgt een geheel nieuwe kans omdat het vorige leven is verwerkt en niet meer geldt. Het is de tijd van verzoening en vergeving: de oude zaak heeft afgedaan en er wordt opnieuw begonnen. Astrologisch is Het Laatste Oordeel verwant aan de overgave en offervaardigheid van het sterrenbeeld Vissen.

De ziel kruipt nu door ‘het oog van de naald’, gaat door het gat van de zandloper; de vorm van de kribbe (x), zoals in het kerstverhaal verbeeldt dit proces. Het tijd-ruimte-continuum waarin de ziel sinds het sterven vertoefde, splitst zich nu bij de geboorte in de aparte dimensies van tijd en ruimte. De ziel is een fysieke realiteit geworden.

Beschermengelen doen met bazuingeschal kond van de geboorte. Gabriel is gerelateerd aan allen die de ziel begeleiden in, door en uit de dood en aan allen die bemiddelen tussen de wereld van de levenden en de wereld van de doden. Gabriel roept de getransformeerde ziel uit de dodenwereld op. De jonggeborene, de Nieuwe Mens, is uit de dood opgestaan! ‘Want gij zijt geroepen om vrij te zien!

Het kind maakt deel uit van de generatieve drie-eenheid Vader- Moeder_ kind. De ouders ontvangen de jonggeborene in extase, met bewondering, vreugde en liefde, als een geschenk uit de hemel: voor hen betekent deze geboorte evenveel nieuwe mogelijkheden als voor het kind zelf.

De levenscyclus is in het arcanum Het Laatste Oordeel beëindigd en opnieuw begonnen en wordt afgerond in het laatste grote arcanum, Het Universum.

Het Universum is alle Arcana in één. Het Universum schept alles, is alles, weet alles, is het kosmische bewustzijn. Het Universum symboliseert het moment van De Benoeming dat iets tot realiteit maakt: het moment waarin het kind zijn naam krijgt. Het is de horoscoop van een nieuw leven, een nieuwe onderneming. De ovaalronde vorm symboliseert onder meer het geboortekanaal, de baarmoeder, de lege cirkel, Het Wu Chi en ‘het gapende gat’ uit de Edda. Astrologisch wordt dit arcanum gecorreleerd met het alweten en al-vergeven van het sterrenbeeld Vissen. 

In Het Laatste Oordeel is de reeks van oordelen en transformaties ten einde. Het Universum is het zegel dat deze levensweg afsluit en verbindt met heden en toekomst. Op de vier hoekpunten in dit arcanum vinden we de vier mystieke creaturen, die ook voorkomen in het arcanum De Wereld. De mens, de stier, de leeuw en de adelaar symboliseren respectievelijk de evangelisten Mattheus, Lucas, Marcus en Johannes. Het zijn de wachters van de vier hoekpunten (windstreken) van het heelal die zo tezamen het scheppend Al markeren en het vaste kruis vormen. De lauwerkrans is het oude symbool voor triomf en uitnemende, ‘goddelijke’ prestaties. De ovaal symboliseert tevens de in de Tarot uitgebeelde levenscyclus. We vinden het ovale heelal-symbool in de Indiase filosofie, neergelegd in de vedanta, terug als ‘de stralende baarmoeder’ en als het Ei van Brahma (de teelbal waarin het zaad wordt geschapen). In de Egyptische hiërogliefen als de cartouche waarin de naam van een koning werd geschreven. Ook wordt de ovaal als ouoroboros (de slang die zijn eigen staart opeet) afgebeeld, als symbool van het oneindige heelal.

De dansende figuur is de androgyne mens, eeuwig levend, alle vormen scheppend door zijn goddelijke dans 9Shiva). De stand van de benen herinnert aan de bevrijding (de Waarheid) en aan de onvrije waarheid (De Gehangene). De situatie nu is rechtop, vreugdevol, harmonieus en scheppend.

De rechte en de kronkelende slangen in de handen van de dansende godheid symboliseren de binaire polariteit, de nul en de één, het rechte en het kromme principe, apart en los van elkaar onbruikbaar, samengevoegd scheppend en doeltreffend als pijl en boog. De geworpen pijl (vuur/geest) is in zijn aard vernietigend voor de duisternis, Het licht creërend. Zo verpersoonlijk dit arcanum het Al (de gehele Tarot) in eeuwigdurende beweging.

bol.com Partner
De tarot in de herstelde orde
Onno Docters van Leeuwen & Rob Docters van Leeuwen

Bron Tarot in de Herstelde Orde©Loes Raaphorst 02/2008

Favoriete
Elvis-Sites

ElvisNews.com: Newsmagazine

Collectors site met messageboard en chat
Beetje oud, maar wel lekker

overige

Interessante links

bol.com Partner