Schotland – 2018 – Land van helden, reuzen, heksen, monsters en highlanders

Schotland, het land waar een meer een Loch heet, een vallei een Glen en een berg een Ben. Het land waar wij nu al voor de 3e keer naar toe zijn geweest op vakantie en het land waar het nooit hetzelfde is en wat nooit verveelt. Deze keer hebben we echter wel heel erg lang voorpret gehad. Deze reis hebben we 15 maanden geleden al geboekt. Waarom zo ver van te voren? Nou, we zijn met mijn dochter en haar gezin weggeweest en hadden dus nogal wat eisen, wat betreft de locatie en accomodatie. Bovendien waren we voor het eerst genoodzaakt tijdens de bouwvakperiode op vakantie te gaan. Begin augustus was het eindelijk zo ver en kon de reis beginnen. 

We vertrekken vanuit IJmuiden op donderdagmiddag en zullen 30 uur later op onze bestemming aankomen. Een reis met de auto, ferry en weer met de auto van NewCastle, Engeland, naar Ballachulish, Schotland. Laten we niet vergeten dat Schotland 2 keer zo groot is als Nederland! Lex en ik hebben beiden nog nooit last gehad van zeeziekte, maar het is nu toch even afwachten hoe de rest van ons gezelschap op de overtocht zal reageren. Mijn angst wat dát betreft is ongegrond: we hebben werkelijk een spiegelgladde zee en de boot schommelt hoegenaamd niet. Onze eerste stappen in Schotland zetten wij bij Rosslyn Chapel: bij de meesten van ons bekend uit het boek De Da Vinci Code van Dan Brown. De vorige keer dat Lex en ik hier waren stond de kerk nog/weer volop in de steigers. Nu hebben we geluk en zijn de steigers weer weg. 

De zoektocht van de hoofdpersonen uit De Da Vinci Code eindigt in Schotland, in het plaatsje Roslin. Daar staat de beroemde ‘Rosslyn Chapel’; een kerk die de gemoederen al eeuwenlang bezighoudt. Volgens de legende is deze kerk door de Tempeliers gebruikt om de Heilige Graal te verbergen. In de kerk zijn talloze mysterieuze, cryptische tegels en beeldhouwwerken te zien die naar de schat van Rosslyn zouden verwijzen. Onder de kerk ligt een gigantische verborgen ruimte. Ondanks smeekbedes van onderzoekers, vertikt het kerkbestuur het om de ruimte te openen om te zien wat er te vinden is.

Eerst maar eens het eerste misverstand uit de weg ruimen: Rosslyn Chapel is niet gebouwd door de Tempeliers. De kerk werd ongeveer honderd jaar na de ondergang van de Tempeliers gebouwd door de Schotse ridder Sir William St. Clair. Onder de kerk ligt inderdaad een grote ondergrondse ruimte, maar het gaat te ver om dat een verborgen ruimte te noemen. Het is een crypte die dienst doet als grafkelder van de familie St. Clair. Er liggen vele generaties Schotse ridders begraven.

In De Da Vinci Code en ook op talloze andere plekken wordt gesuggereerd dat de ondergrondse ruimte geen ingang kent. De ingang van de crypte is echter gewoon bekend en ligt onder de stenen platen in de vloer van de noordelijke zijbeuk van de kerk. Als belangrijkste reden voor het kerkbestuur om onderzoekers de toegang tot de ruimte te weigeren, wordt gezegd dat de kerk nog als kerk in gebruik is. Bovendien zouden opgravingen de kerk kunnen beschadigen.

Een andere veel belangrijkere reden om de onderaardse ruimte ongemoeid te laten, lijkt puur financieel. Jaarlijks bezoeken meer dan 50.000 toeristen de kerk. Toegangsprijs: zes pond. Wanneer uit onderzoek zou blijken dat er in de kerk niets bijzonders te vinden is, zou dat rampzalig zijn voor de kerkkas. Overigens hebben onderzoekers tot 1999, met uitzondering van de onderaardse ruimte, vrij toegang gehad tot de kerk. De beste cryptologen ter wereld hebben de tegels met vreemde kubusvormen onderzocht. Zij kunnen er niet achter komen of het een verborgen code is, laat staan dat ze die zouden kunnen breken.

Het voordeel van ergens terugkomen waar je al eerder geweest bent, is dus ook dat je weet waar je moet stoppen. Loch Lubnach is het eerste grote Schotse Loch wat we tegenkomen op onze reis van New Castle naar South Ballachulish. Wij hebben de eerste keer ademloos staan staren naar dit Loch. Suzanne en Patrick weten ook niet wat zij zien en net als haar mams, moet die dochter van mij ook een traantje wegpinken. 

Mooi he?

De Denker, het Zeemeerminnetje en de Ontdekkingsreiziger 😉

We moeten nu toch weer verder rijden, willen we nog op een beetje normale tijd in ons huisje, the Holly Cottage, aankomen. Al zaten wij dan vanochtend al om 9.15 uur in de auto, we konden pas om 10.15 uur van de boot af en hebben toen nog eens een uur moeten wachten voor de douane. De tijden van starten en doorrijden zijn voorbij, door de plannen rondom de Brexit. We komen uiteindelijk om 20.00 uur in ons huisje in Ballachulish aan. Een reis van 30 uur! Het huisje leek op de foto erg klein, maar we zijn aangenaam verrast en beseffen direct dat we ons hier met z’n zessen prima zullen kunnen redden de komende 2 weken. De zaterdag reserveren we het bijkomen en wat boodschappen in Fort William, de dichtsbijzijnde ‘grote’ stad. We maken meteen plannen voor de komende dagen en zondag gaan we direct naar Loch Ness en Urquhart Castle.

Het blijft een indrukwekkend gezicht. Lex en ik zijn hier al 2 keer eerder geweest maar voor de rest van ons gezelschap is het de 1e keer. Heel bijzonder, de knuffel waar mijn kleindochter al bijna 3 jaar mee slaapt komt hier vandaan. We gaan dus ook op zoek naar een nieuw exemplaar, gewoon omdat het kan! Urquhart Castle is een 13e-eeuws kasteel, gelegen aan Loch Ness nabij Drumnadrochit in de Schotse regio Highland. Het kasteel is gebouwd door de familie Durward. Vanaf 1308 is Urquhart Castle koninklijk eigendom totdat het 1479 aan de familie Grant wordt gegeven. Hoewel het kasteel vanaf 1308 koninklijk bezit was, heeft er slechts één keer een koning overnacht en wel David II in 1342. In de vijftiende en zestiende eeuw heeft Urquhart veel last van invallen door de MacDonalds. In de zeventiende eeuw verliest het kasteel zijn strategische betekenis en het wordt in 1690 verlaten. Toen het garnizoen Urquhart Castle in 1690 verliet, bliezen ze het poorthuis op om te voorkomen dat het kasteel ooit nog door een vijand kon worden gebruikt. Die schade is nooit hersteld. Het kasteel verviel langzaam tot een ruïne. In 1715 stortte bijvoorbeeld de Grant Tower in als gevolg van een hevige storm.

In 1913 werd Urquhart Castle door de familie Grant in staatsbeheer gegeven. Urquhart Castle was één van de grootste kastelen in Schotland. Via een maximaal 30 meter brede en 5 meter diepe greppel en een ophaalbrug is het kasteel te bereiken. Het poortgebouw met twee torens, het wachtlokaal en de gevangenis liggen bij de ingang.

De Grant Tower, een donjon van vijf verdiepingen aan de noordzijde van het kasteel, is vermoedelijk in 1509 gebouwd of minstens gerepareerd door John Grant. De zuidmuur mist grotendeels, waarschijnlijk is dit te wijten aan de storm van 1715. De originele toegang tot de toren, uitkomende in de hal, moet enkel via een verwijderbare brug bereikbaar zijn geweest. Een wenteltrap geeft toegang tot de voorraadkelder en achteringang. Een tweede wenteltrap leidt naar de hogere verdiepingen met de privévertrekken van de heer en vrouw van het kasteel.

Het kasteel kent drie binnenplaatsen. Zo is er de service close aan de zuidkant met de stallen, duiventil en smidse die wellicht in de begintijd van het kasteel diende als ontvangsthal of gastenkwartier. De noordzijde was vanaf 1400 het belangrijkste deel van het kasteel. Vanaf 1509 hadden de Grants de meest noordelijke punt tot hun woonvertrekken gemaakt (de Grant Tower) en voorzien van twee binnenplaatsen: de inner close en de outer close. Aan deze laatste liggen de vermoedelijke kapel, een ontvangsthal (great hall), de voorraadkelders en keukens.

Natuurlijk moeten we zelf nog even kijken bij de waterkant. Je weet maar nooit of Nessie toevallig even zijn gezicht komt laten zien. Of misschien haar gezicht? Ik weet niet of het een jongen of een meisje is, eerlijk gezegd. Niemand weet het zeker, maar een Loch wat nog dieper is dan de Noordzee, verbergt natuurlijk veel in de diepten onder het water.

Natuurlijk is het nu in deze periode van het jaar veel drukker dan wanneer wij normaliter op vakantie gaan, maar toch valt het mij nog wel mee. We boffen ook nog eens met het weer, want het blijft droog! Doordat wij er al eerder zijn geweest kan ik zonder afgunst bij Daniël en de buggy blijven, terwijl de rest op onderzoek uit gaat. 

Nog een laatste blik voor we verder moeten gaan: er staan nog meer mooie dingen op ons programma vandaag!

Falls of Foyers stond op Patrick’s lijst! Ik wist van te voren niet meer precies welke waterval hij bedoelde, maar deze dus. Bij het zien van het bord en de vreselijk steile trap (glibberige onregelmatige treden) naar beneden, stelde ik gelijk al voor om op het bankje boven te blijven zitten. Een wijs mens kent zichzelf en ik word nu eenmaal niet gelukkig van zo’n klimpartij. We hebben immers niet voor niets fotocamera’s uitgevonden en ik doe het dus wel (weer) met de foto’s. Gelukkig voor Lex hoeft hij dit keer niet alleen naar beneden, want de rest gaat dapper met hem mee.

Indrukwekkend!

Mij een beetje té veel water…

Het sluizencomplex van Fort Augustus ligt min of meer op onze route. Hier liggen 5 sluizen direct achter elkaar. Er is een flink waterverschil. De mannen zijn vooruit met de fotocamera’s en ik loop met 2 ukkies aan de hand terwijl het ook begint te regenen. Zo dicht bij de rand van het water voel ik mij niet op mijn gemak en ik ga met de kleintjes in de auto zitten. Het is al laat aan het worden en we moeten nog een eindje rijden voor we ‘thuis’ zijn.

Gelukkig hadden we al gegeten, want we zijn pas om 21.45 uur terug in ons huisje!  

We zouden vandaag iets minder rijden dan gisteren en hebben eigenlijk maar 2 dingen op ons programma staan. Eerst even lang Castle Stalker. Lex en ik zijn hier al eerder geweest maar nu we toch in de buurt zijn…. het blijft een gaaf gezicht. 

Castle Stalker is een middeleeuwse donjon (een middeleeuwse verdedigbare woontoren) met vier verdiepingen aan de westkust van Schotland, veertig kilometer ten noorden van Oban. De pittoreske vesting is geheel omsloten door het water van Loch Laich, een inham van Loch Linnhe. De naam van het gebouw is ontleend aan het Schots-Gaelische woord ‘stalcaire’, dat jager of valkenier betekent.

Omstreeks 1320 werd een eerste versterking op het eiland gebouwd door de clan MacDougall. Na 1388 kwam het eiland in handen van de Stewarts en rond 1445 bouwde sir John Stewart Castle Stalker in de huidige vorm. De vesting is vrijwel geheel intact gebleven.

In 1975 gebruikte Monty Python Castle Stalker als decor voor de slotscène van de komische film Monty Python and the Holy Grail. Koning Arthur belegert in deze scène het door Franse ridders verdedigde slot, waar de graal verborgen zou zijn, maar wordt gearresteerd door de Britse politie uit de jaren 1970 voor een moord op een historicus.

We rijden door naar Oban. We hebben in de loop van de week een eilandentocht geboekt en omdat we zeker willen weten hoe lang het rijden is, vanwege het vertrek van de Ferry gaan we Oban nu alvast even verkennen, zodat we donderdag weten hoe laat we weg moeten en hoe lang het rijden is. Oban is best een leuk plaatsje. Het heeft zelfs een eigen whisky distillery, maar Lex heeft vooralsnog geen plannen om te gaan proeven. We scoren een kop koffie met wat lekkers bij het haventje en besluiten een eindje verder te rijden.

Geef Lex een ouderwetse wegenkaart en hij vindt het smalste, langste, steilste weggetje wat er bestaat. We hebben schitterende vergezichten gezien, Higlanders gespot, zelfs nog een paar roofvogels gezien, maar uiteindelijk zijn we zó laat terug in Ballachulish dat we maar met moeite nog iets te eten kunnen vinden. Gelukkig hebben we wijn bij ons en zakken ouderwets een avondje lekker door met z’n viertjes!

Okee, okee, misschien hadden we dat laatste glaasje gisteravond beter niet kunnen nemen, maar het was zo lekker! Suzanne en ik besluiten een lui dagje thuis te houden. Het is mooi weer en we kunnen zelfs even buiten op ons terras zitten. De mannen hebben een beter idee (denken ze) en gaan samen wandelen. Het idee is om de berg op te gaan waar wij vanuit ons huisje tegenaan kijken. Lex had al goede wandelschoenen gekocht en gewapend met hun camera gaan de heren dapper op stap. Let nu even niet op de tijd die google maps aangeeft op het kaartje, want bergop, langs watervallen, bergbeekjes, ongelijk terrein en uiteindelijk helemaal geen paden meer, is het lastig lopen. Ze hebben ruim 12 km gelopen en daar 5 uur… ja, echt waar, 5 uur over gedaan. 

Persoonlijk vind ik dat Suzanne en ik het slimmer hebben aangepakt, maar ieder z’n ding natuurlijk: daar is het tenslotte vakantie voor 😉
Het klaarde in ieder geval al snel op…..

Hier een impressie van wat de mannen zijn tegengekomen…. niet slecht, al hadden ze wel vreselijke dorst toen ze thuis kwamen (gniffel, gniffel)

Later bekenden ze dat ze geen waterval meer konden zien…… 

Maar mooi was het wel!

Het pad houdt op…

Om stil van te worden….

De top komt steeds dichterbij…

Ondertussen zitten Suzanne en ik heerlijk op het terras….

En hebben zelfs heel stoer, zonder de mannen, samen met de auto boodschappen gedaan.

 

Maar inmiddels zijn ze zó lang weg dat we ons een beetje zorgen beginnen te maken. Ze reageren ook niet op onze berichtjes…

Ons huisje is dus aan de overkant van dit Loch: ze hebben het bijna de hele weg kunnen zien… maar zo hoog heb je nu eenmaal geen bereik.

Eindelijk, 5 uur later, komen ze weer tevoorschijn. Trots, stoer en dorstig, want natuurlijk hebben ze helemaal geen spierpijn of last van hun benen!

Suzanne en ik hebben maar een Guiness voor de heren gepakt: dat hadden ze wel verdiend! (of was het Fanta??)

Weer een nieuwe dag!

Inmiddels weten we dat het morgen een hele lange vermoeiende dag zal gaan worden, dus het plan is om het niet té gek te maken vandaag. 
Mede omdat de mannen toch wel een heel klein ietsepietsie last van hun benen en kuiten hebben na hun wandeling van gisteren. 
We vertrekken pas tussen de middag.

We zitten amper in de auto of we komen deze dam tegen, Roy Bridge Reservoir in de rivier Spean. Het is een goed Nikon momentje!

Niks mis mee!

Af en toe komen we een leuk landhuisje tegen…..

We komen uiteraard weer op de nodige bergweggetjes terecht, ook wel ‘karresproren’ genoemd, want als Lex de richting bepaalt kent hij maar 1 weg: de lastigste! (had ik al gezegd dat ik een 4 wheel drive auto wil voor de volgende vakantie?) Het is echt schitterend en we genieten. Volgens Lex zijn we hier al veel vaker geweest, maar als je zo BlonT bent als ik (ahum) is alles elke keer weer nieuw! Maar nu word ik geplaagd. Volgens manlief ga ik strakjes iets zien wat ik absoluut niet vergeten mág zijn. Ik voel me bijna weer een tiener die overhoord gaat worden, want ik kan me echt nog even niet bedenken wat dát zou moeten zijn… tot dat ik een brug nader en water hoor kletteren….

Jaaaa natuurlijk weet ik waar dit is: we hebben hier zelfs een paar keer gegeten. The Dochart Falls! 
Het loopt werkelijk dwars door het dorpje Killin heen en als het ook maar even geregend heeft is het meteen 10 keer zo woest!

De mannen moeten natuurlijk weer over de rotsen naar beneden klimmen en Lex loopt z’n eerste blauwe plek van de vakantie op. 
Ik begin te geloven dat geen enkele schoen mijn man op de been kan houden!

   

 En daar is dan ‘gewoon’ de begraafplaats van de plaatselijke Clan. 
Niks wegstoppen ergens ver weg: gewoon midden in het dorp!

Zij liever dan ik!!!

Onze rit gaat verder en het wordt alweer later en later. Even naar huis bellen is er niet bij: geen bereik!

Uiteindelijk zijn weer weer pas na 1900 uur bij onze cottage. 

Ons uitzicht schuin vanuit ons huisje…. veel Schotser wordt het niet!

Vandaag is het dan eindelijk zo ver. Wij plannen niet veel vooruit in onze vakanties maar deze trip had Lex thuis uitgezocht en hebben we een paar dagen geleden al geboekt. De weersvoorspelling zag er niet zo gunstig uit, maar ach, in Schotland is er niets veranderlijker dan het weer. We gaan met West Coast Tours de drie eilanden tour maken. Vanuit Oban met de ferry naar het eiland Mull. Daar met een bus het eiland over. Dan met een kleinere boot naar Iona, een eiland van de Binnen-Hebriden. Hier worden we dan even ‘losgelaten’ om vervolgens met een nog kleinere boot naar Staffa te gaan. Een onbewoond eiland in de Atlantische Oceaan

We hebben begin van de week de rit naar Oban al gereden en weten dat we echt bijtijds weg moeten, dus de wekkers zijn gezet. We moeten om 8 uur wegrijden. Dat is op zich al een redelijke uitdaging met 2 kleine kinderen én hun mama en oma! Maar het lukt! We zijn keurig netjes om 9 uur al in Oban. So far, alles onder controle. Totdat…. we in Oban geen parkeerplaatsen kunnen vinden! Bij de supermarkt mogen we maar 2 uur staan. Bij de ‘long stay’ parkeerplaats kunnen we niet met creditcard betalen en hebben we te weinig losgeld om uberhaupt voor een hele dag in de machine te gooien. Bij een andere parkeerplaats is camera bewaking en durven we het niet aan om 2 Nederlandse auto’s neer te zetten. De tijd begint te dringen. Inmiddels hebben de mannen al bij West Coast Tours geinformeerd, lopend dus, en ze komen terug hollen met advies over een andere parkeerplaats verderop in het plaatsje. Wij er naar toe, maar daar aangekomen blijkt daar ook al geen plek meer te zijn. overal waar we rijden zien we plekjes voor maximaal 2 uur. Uiteindelijk besluiten we de gok te wagen en dankzij Patrick hebben we nu wel genoeg los geld om in de automaat te gooien. We betalen voor 2 uur (het maximale) en hollen richting ferry. We hebben heel weinig hoop meer om het te halen en als ons geren op camera was vastgelegd had er zo een slapstick melodietje onder gezet kunnen worden. Lex, Patrick en Jennifer halen als eerste de terminal. Suzanne met buggy en Daniël en ik vallen en struikelen, laten luiertassen en regenjassen op straat vallen en komen al hyperventilerend de terminal binnen strompelen. We zijn nauwelijks aan boord of de deur wordt achter mij dicht gedaan: het avontuur kan beginnen!

Ze hebben slecht weer voorspeld voor vandaag, maar niets is minder waar. 
Op een paar verdwaalde regenspatjes na is het voor Schotse begrippen prachtig weer. 
De oceaan is redelijk rustig, al is er uiteraard wel flinke deining. 

De overtocht naar Mull met de ferry stelt niet zoveel voor, maar toch geniet ik al met volle teugen. Heerlijk op het water hoor!

Dag vasteland, hallo Binnen-Hebriden

En… ondanks de voorspellingen, nog geen spatje regen gehad!

Echt héérlijk! 

De bustocht over het eiland Mull duurt 5 kwartier en eindelijk kan ik ook even rustig naar buiten kijken onder het rijden. Als je zelf rijdt, in een land waar je toch aan de andere kant van de weg moet rijden, kijk je toch iets minder makkelijk onder het rijden om je heen, dan dat je dat kan als je in Nederland rijdt, of.. er gewoon lekker naast zit. De ramen van de touringcar waren nogal vies, dus we hebben geen foto’s van de rit. Hier vertrekken we alweer van Mull, met de boot naar Iona, het tweede eiland van vandaag.

Iona is in zicht!

Iona is een eiland aan de westkust van Schotland. Het behoort tot de Binnen-Hebriden. Het eiland telt ongeveer 175 inwoners. (met dank aan Wikipedia)

In 565 stichtte een Ierse heilige er een klooster (Iona Abbey) dat bijzonder grote invloed op deze noordelijke streken van Europa had. Vanuit Iona verspreidde zich een netwerk van kloosters en bisdommen dat zich uitstrekte over heel Schotland en Ierland en zelfs tot in het Saksische gebied van Northumbria. Oswiu van Northumbria bekeerde zich in het klooster van Iona tot het christendom. Het eiland werd een heilige plaats waar verschillende koningen van Schotland, Ierland en Noorwegen werden begraven. In 806 werd de gehele populatie van het eiland uitgemoord door de Vikingen. Nog enkele aanvallen volgden en het klooster raakte in verval. Margaretha van Schotland herstelde het weer. In de 13e eeuw is het een benedictijner klooster geworden.

In 1938 stichtte ds. George MacLeod op het eiland de Iona Community, een oecumenische gemeenschap die naar nieuwe wegen zoekt om het evangelie in deze tijd vorm te geven. Met andere woorden, het is er mooi, maar ik hoef er niet te wonen!

Wel een heel mooi plekje op de wereld….  en zelfs met de inhoud van 3 touringcars, was het er toch redelijk rustig

Ze lagen er weer rustig bij….

  Maar waar beestjes zijn…. ben ik…

 

Natuurlijk werd ik heel hard uitgelachen door mijn ega en uitgemaakt voor koeienfluisteraar, 
maar echt waar, hij stond naar mij te luisteren en kwam steeds een beetje dichterbij. 

Ze hebben hier de grafstenen maar opgehangen. Ik dacht even dat het een soort muurgraven waren, maar het waren alleen de zerken die er hingen.

Koffie!!!

Nog een laatste blik op Iona….

… en we vertrekken naar het ultieme doel van vandaag: Staffa

De Atlantische Oceaan is redelijk rustig, maar zo aan de zijkant van de boot blijft mijn bril beslist niet droog. Het water spat flink op.
Had ik al gezegd dat ik het heel erg naar mijn zin had?

Staffa!

Staffa is een eiland aan de westkust van Schotland. Het behoort tot de Binnen-Hebriden en valt onder het beheer van de National Trust for Scotland. De naam Staffa komt van het Noors voor staf, kolom of pilaar eiland. Het eiland Staffa is bekend om zijn basaltgrotten. Het eiland is slechts 200 bij 600 meter groot (12 hectare), en is sinds het begin van de 19e eeuw onbewoond. Er is een waterbron, en er groeit voldoende vegetatie om wat vee te laten grazen. In de zomer kunnen toeristen met een boot langs Staffa varen. Het kan gevaarlijk zijn om binnen in de grotten te gaan, omdat er regelmatig stukken steen van het basalt afbreken en naar beneden vallen.

De grootste grot is Fingal’s Cave. Fingal’s Cave is een zeegrot en staat bekend om zijn natuurlijke akoestiek. De grot is vernoemd naar de gelijknamige hoofdpersoon uit een heldendicht dat werd geschreven door de 18e-eeuwse Schotse poëet en historicus James Macpherson.De grot ligt aan de zuidkant van het eiland en is 75 meter lang, 14 meter breed, 22 meter hoog en heeft bij eb een diepte (onder water) van 24 meter. Staffa zorgde ook voor inspiratie voor Mendelssohn om een stuk te componeren en Jules Verne gebruikte Staffa in één van zijn boeken

West Coast Tours heeft vergunning om hier af te meren, maar het is meteen duidelijk dat je als stuurman wel van goede huize moet komen. Ons ‘bootje’ gaat werkelijk wild op en neer en dit noemen ze een ‘rustige zee’. Het is heel indrukwekkend, zo dichtbij. We moeten echter vanwege de stroming wel aan de andere kant af meren. Als je goed kijkt zie je vlak boven het water, mensen lopen, langs de rotsen….. ik kom hier nog op terug!

De boot ligt met ronkende motor in de inham aan de achterkant van Fingal’s Cave. De mensen mogen aan land met de belofte dat als er iemand niet over een uur weer klaar staat om in te stappen, de volgende boot pas morgenmiddag komt. Na 10 stappen omhoog over de ongelijke, steile natte traptreden vlak langs de klif slaat bij mij de paniek toe: ik durf niet meer voor of achteruit. Er gaat een steile “trap” met aan áán kant een slap touwtje tussen 2 paaltjes in gespannen naar boven, en zo’n zelfde slap touwtje langs de rots naar beneden richting de grot, vlak langs het water. Het is dus verzuipen of te pletter vallen in mijn hoofd. Op de splitsing zie ik een plekje tegen de wand van de rots en ik besluit dat ik hier een uur moed ga verzamelen om strakjes die 10 stappen weer richting boot te doen, maar tot die tijd, verroer ik geen vin! De boot vertrekt weer om een 50 meter verderop, voorbij de stroming, op ons te wachten ons weer op te halen. Oh was ik maar aan boord gebleven! De rest is stoerder dan ik en klimt samen met de kindjes toch naar boven en daar wacht hun een prachtig uitzicht. Ik doe het met de plaatjes… net zoals jullie dus!

Het uitzicht is betoverend…

We boffen dus wél heel erg met het weer! 

Het was écht heel hoog en heel diep….

Deze rots ken ik dus heel goed, want dit was een uur lang mijn uitzicht!!! Ik kon dus heel goed zien hoe het gesteente ook onder water nog doorging…

De kapitein had niet overdreven: precies een uur later varen we op volle kracht weer weg van Staffa. Is wel nodig ook, want de stromingen zijn hier behoorlijk sterk! Lex is ook alleen maar naar boven gegaan op Staffa. Met de kindjes was het geen doen om Fingal’s Cave in te gaan. En het plekje waar ik stond was nog kleiner dan 1 vierkante meter, dus daar stal je ook niet zo makkelijk even 2 kleuters van 2 en 4 jaar! Maar het was toch de moeite waard. Eerlijk is eerlijk, mij ging het om de boottocht zelf en die was geweldig! Ik kan in ieder geval zeggen dat ik op de Atlantische Oceaan heb gevaren! 

De terugreis gaat voorspoedig. Het is rustig in de touringcar en de meeste mensen zijn moe en rozig. Ook onze kindjes vallen in slaap. Op de ferry van Mull naar het vaste land besluiten we alvast een snelle hap te eten, want het is al best laat én… de spanning loopt op! Want, … staan onze auto’s er nog? En zo ja, hoe werkt dat met een wielklem in Schotland? Of hebben we misschien allebei een hele vette bekeuring onder de ruitenwissers? Ergens 10 uur staan, terwijl het maar 2 uur mag en je dus ook maar voor 2 uur betaald hebt…..

We lopen vol angst Oban door op zoek naar de plaats waar wij de auto’s vanochtend in grote haast achter hebben gelaten. En… er is helemaal niets aan de hand: geen wielklem, geen boete, ze staan er gewoon nog. Het was een geluksdag! Regen voorspeld: geen regen gezien. Geen parkeerplek kunnen vinden: toch nog op tijd. Fout geparkeerd staan: toch geen boete. Van 8.00 uur tot 22.00 uur: het was een top dag!

De volgende dag hebben we uiteraard lekker rustig aan gedaan. De vakantie is nu op de helft en het wordt tijd om de naaste omgeving te verkennen. Even een dagje niet zo ver rijden. Bovendien is het weer hartstikke mooi weer en konden we zelfs weer even op ons terras in het zonnetje zitten. De berg aan de overkant houdt vast alle regen tegen. 

Patrick heeft een wandelroute gevonden in één van de boeken die in de cottage liggen en we gaan op pad. Suzanne en ik nemen met de buggy de rode route, terwijl de mannen met Jennifer de gele en de blauwe route nemen. De kleine meid klautert dapper met opa en papa mee! Ik zal het jullie maar meteen verklappen, dit is gewoon heel simpel de Jigsaw Puzzle route. Vergroot de afbeeldingen, print ze netjes op karton, knip in stukken en je hebt uren puzzel plezier!

Ja, zulke plekjes bestaan dus echt!

En onder de bomen lopen we nog droog ook!

De mannen komen toch weer een watervalletje tegen!

Met al deze takjes is dit vast een lastige puzzel!

Ik krijg bijna zin om echt te gaan puzzelen, lekker ouderwets op hardboard!

Wat een prachtige kleuren he? Je zou er bijna een muurposter van laten maken!

Ja die man van mij kan wel een beetje plaatjes schieten he?!

Samen met Patrick is het lekker fotograferen en wandelen….  

Want zo diep het bos in, als dit, krijg je mij niet: veel te bang voor kruipende enge dingen…

Inmiddels hebben Suzanne en ik de kindjes weer bij ons en doen vast boodschappen,

terwijl Patrick en Lex nog een laatste route lopen! Zelfs als het wel even gaat regenen blijft het er prachtig.

Uiteindelijk hebben we ’s avonds in Fort William nog een pub gevonden waar we nog wel iets te eten konden krijgen. 
Het is voor ons de eerste keer in het hoogseizoen en we moeten nu duidelijk rekening houden met het zoeken van een pub, 
dat we niet te laat zijn. Over het algemeen eet men in Groot Brittannie iets later dan wij hier in Nederland gewend zijn. 

Zaterdag: we hebben geen speciale plannen voor vandaag en willen het eigenlijk weer een beetje aan het toeval, also known as Alexander, overlaten. Met de kaart op schoot voorin de auto dirigeert hij mij aanvankelijk the Highlands weer in, maar komen we uiteindelijk toch weer bij kust uit.We hebben een schiereiland bekeken en uiteindelijk gaan we met een klein pontje weer terug naar ‘onze’ kant van het Loch.

Even voor de goede orde, die tijd die op het google kaartje staat zou dus de tijd zijn als je niet stopt én constant de toegestane snelheid rijdt. A) ik heb nog geen zelfmoordplannen, dus rijd ik liever veilig in plaats van zo achterlijk als de plaatselijke bevolking en B) wij stoppen heel regelmatig om foto’s te maken, even de benen te strekken, of gewoon even te overleggen. Voor we met vakantie gingen hebben we allemaal de een app van Google geinstalleerd op onze mobieltjes, dat we dus altijd elkaar’s locatie kunnen zien en vinden. Geweldige app, heel handig ook, maar niet in Schotland, waar je zelfs IN een restaurant alleen bij de voordeur bereik hebt met je creditcard!

Zomaar een kiezelstrandje langs de weg….

Ik zei toch al dat Schotland het land van reuzen is…..

Jammer dat er geen geluid bij deze foto’s zit… want dan zouden jullie de stilte kunnen horen….

Wie het kleine niet eert…..

We waren niet de eersten… er is al een stapeltje stenen neergelegd 🙂

We rijden weer verder en komen in een haarspeldbocht vlakbij het water tot stilstand. Even denk ik dat de weg gewoon ophoudt, maar nee.. hij gaat met een hele scherpe bocht steil naar boven. Maar dáár gaat het mis. Mijn auto’tje heeft 3 cilinders en de inhoud van de motor is nog niet eens 1 liter. Nu heb ik vroeger in heel veel verschillende auto’s gereden en ken ik inmiddels wel de nodige foefjes. Eentje daarvan is, dat je dus altijd gebruik moet maken van de vaart die je al hebt, als je bergop moet. Gas geven en gas houden! Dus, zo ineens boven op je rem moeten staan onderaan een steile helling is niet handig. Het zweet loopt al langs m’n rug en de motor slaat twee keer af voor ik hem tergend langzaam bergop krijg….

Ik denk dat meer mensen moeite hadden met deze helling en ze het dus maar een naam gegeven hebben: Monster Midge!

Ik ben trouwens vergeten te vertellen dat dit een doodlopende weg was. Nou ja, niet zo heel raar, 
want in dit gebied van Schotland zijn bijna alle wegen doodlopend. 
Ze houden gewoon op bij de oceaan! En zo te zien is het eb!

Hey weer een telefooncel! Out of order denk ik. Onze mobieltjes trouwens ook. Als er hier toch iets met je gebeurt, zou ik niet weten hoe je aan hulp moet komen!

 

We komen nog een paar puzzelplaatjes tegen onderweg naar ons huisje…

Precies 10 jaar geleden waren Lex en ik ook in Schotland. Sterker nog, we zijn exact op hetzelfde punt geweest en onderstaande foto konden we dus eigenlijk uit de verzameling van toen pakken. Een foto uit deze reeks is al jaren onze schermbeveiliging op de computers in de huiskamer. Het was één van de foto’s waardoor Patrick en Suzanne ook nieuwsgierig werden naar Schotland. Vanavond is het redelijk helder én we zijn goed op tijd, dus Lex en Patrick gaan gewapend met hun statief de brug op om te kijken of er weer een nieuwe reeks ondergaande zonnetjes vastgelegd kunnen worden.

Mooi uitzicht he?

Pak de tissues maar vast Suzanne!

En.. gewoon aan de overkant van onze Noordzee he!

Dit is genieten!

Het wordt steeds mooier….

(even tussen haakjes 2 foto’s de andere kant op: dan zie je meteen wat een verschil in licht er nog is)

Wanneer het helemaal donker is, gaat Lex nog een keer stunten met zijn camera. Gaaf toch?!

Zondag: echt een dagje om eens lekker een doodlopende weg in te rijden. We rijden eerst door de prachtige Glen Coe en nemen dan een zijweggetje. 

Ook hier is het weer prachtig! 

Gelukkig reed ik al niet hard op het karrespoor ehm weggetje, maar ik stond boven op m’n rem toen Lex dit hertje zag staan. We hebben een tijdje stilgestaan….

Maar het dier bleef rustig staan, dus heb ik de auto weer gestart en zijn we er stapvoets langsgereden.

En dan komt er dus een einde aan het pad. We zijn nu op het punt waar Loch Etive begint. 

Er hangt weersverandering in de lucht… het voelt ook iets anders aan…de lucht verandert constant!

We stappen weer in de auto en keren om en rijden hetzelfde karrespoor weer terug. 
Nou ja het was natuurlijk wel een verharde weg, maar waar vind je nog doodlopende wegen van 15 mijl lang?

We rijden een flink eind om en belanden bij Kinlochleven. Hier schijnt ook een waterval te zijn en bij het parkeren van de auto horen we het water al kletteren.

Na een flinke klim, zien we dus dit! Het pad gaat nog veel en veel verder, maar ik besluit dat het voor mij al mooi genoeg is. Lex gaat verder… en ik wacht op hem.

Maar ik snap het wel hoor, waarom die watervallen zo ver weg verstopt zijn, zo’n reus wil natuurlijk ook een beetje privacy als hij zich staat te wassen.

  Inmiddels is het wel een stuk vochtiger geworden. De regen valt op zich nog wel mee, maar de luchtvochtigheid is wel een stuk hoger. 
Ik begin dan ook meer en meer last van m’n lijf te krijgen.

Maar ik moet nog even geduld hebben tot mijn eigen David Attenborough klaar is met het vastleggen van wat paddenstoelen…

Paddenstoelen…. een pad heeft helemaal geen stoel nodig… 

Uiteindelijk zijn we ’s avonds allebei uitgeput en wordt het hoog tijd dat we ons bedje opzoeken. 
Het laatste kiekje van vandaag laat zien hoe het met het glasvezelnet in de omgeving gesteld is.

Natuurlijk zijn we de afgelopen dagen al verschillende keren langs het Glenfinnan Monument gereden, maar Lex heeft een plan en dat moet vandaag gebeuren. Bij het Glenfinnan Monument is ook de “Harrie Potter brug”. We hadden dolgraag zelf treinkaartjes willen hebben voor een rit in The Jacobite. Even wat stelen van hun website. 

De naam Jacobite Train zal niet bij iedereen meteen een belletje doen rinkelen. Toch is deze trein één van de meest gewilde attracties van Schotland. Dat is niet alleen vanwege de prachtige route die je met deze klassieke stoomtrein aflegt, maar vooral ook vanwege de bekendheid als ‘Harry Potter trein’. In door J.K. Rowling geschreven boeken over de jonge tovenaar rijdt Harry Potter met de Hogwarts Express vanaf Platform 9 ¾ naar Zweinstein. De filmopnames zijn gemaakt op dit stuk van de West Highland Railway. 

De Jacobite Train rijdt over de noordelijke extensie van deze spoorroute. De totale route van de Jacobite Train van Fort William naar Mallaig heeft een lengte van 41 kilometer en daar doe je iets meer dan twee uur over. De terugweg duurt iets korter omdat je dan een stop minder hebt. In kilometers is de afstand ongeveer 66 kilometer. Je reist dus met een gemiddelde snelheid van 30-35 kilometer per uur wat heel wat langzamer is dan de hedendaagse hogesnelheidstreinen. Gelukkig maar, want de lagere snelheid zorgt ervoor dat je optimaal kunt genieten van het prachtige Schotse landschap dat je met de trein doorkruist.

De Jacobite Train rijdt vanwege de weersomstandigheden niet gedurende het hele jaar. De eerste ritten worden doorgaans rond Pasen gereden en laatste treinen rijden eind oktober. Dit betreft een rit die in de ochtend vertrekt en waarbij je in de middag terugkeert. In het zomerseizoen (half mei tot half september) rijdt er een tweede trein. Die vertrekt net na de middag vanuit Fort William en je rijdt dan aan het einde van de middag terug zodat je in de avond terug bent in Fort William. Daarnaast is er in de winter vaak ook nog een speciale winterroute die in december gereden wordt.

Lex gaat dus in alle vroegte met Patrick en Suzanne op pad om een parkeerplaatsje te bemachtigen en op tijd in de vallei te staan om de trein te spotten. Het is er hartstikke druk en het is maar goed dat ze bijtijds zijn weggegaan. Ik blijf met de kindjes thuis en wij doen rustig aan. Maar ik ben wel hartstikke benieuwd of het ze gaat lukken. De vorige keer dat wij hier samen waren, kon ik amper lopen vanwege m’n knie en heeft Lex alleen een glimp van de brug op de foto kunnen krijgen. Nu staat hij er beter voor!

Ik zie ik zie wat jij niet ziet…..

Jahaaa daar is tie dan!

Okee, meerijden in de trein was nog mooier geweest, maar dan hadden we deze foto’s niet gehad en ik vind dit toch ook wel heeeel gaaf!

Kicken toch!!!

Zo te zien is de trein inderdaad helemaal afgeladen.

Als machinist moet je nu zelf wel een echte liefhebber zijn: hij fluit in ieder geval op de juiste momenten!

Ik ben zelf helemaal geen Harrie Potter fan, maar ik denk toch dat ik die films weer een keer ga kijken!

De mensen staan echt overal: men heeft er duidelijk een fikse bergwandeling voor over!

Trouwens het Glenfinnanviaduct is een spoorwegviaduct in de West Highland Line tussen Fort William en Mallaig. 
Het werd gebouwd door de firma McAlpine en werd voltooid in het jaar 1901. Het viaduct, dat volledig uit beton is vervaardigd, 
bevat 21 bogen van elk 15 meter; het hoogste punt bevindt zich 30 meter boven het maaiveld

In 1815 werd net buiten het dorp een monument opgericht. Dit ter markering van de plaats waar Charles Edward Stuart, 
alias Bonnie Prince Charlie, op 19 augustus 1745 zijn koninklijke vaandel hees waarmee de 2e Jacobiteinse opstand een feit was. 
Deze gebeurtenis leidde 8 maanden later (16 april 1746) tot de Slag bij Culloden.

Het monument werd ontworpen door de Schotse architect James Gillespie Graham. Het bestaat uit een toren met hierop een standbeeld van “de onbekende Highlander in kilt”. Sinds 1938 is het monument in beheer bij de National Trust for Scotland. Naast het monument staat een bezoekerscentrum waar een permanente tentoonstelling is ingericht over de Jacobiteinse geschiedenis.

Een kleine wandeling voor ze terug naar de Cottage komen levert ook nog een paar fraaie plaatjes op.

Ja leuk huisje Lex en als je niet oppast maak ik nog paddenstoelensoep van je. Het is tijd om naar huis te gaan. 
Jullie zouden ‘even’ foto’s gaan maken en zijn nu alweer ruim 4 uur weg!

Goed zo, zeg die Highlander maar gedag en kom mij ophalen, dan gaan we lekker uit eten in Fort William!

Sommige plekken in Schotland ‘moet’ je gezien hebben. Stirling met al zijn historische plekjes is zo’n plek. Wij zijn er al eerder geweest maar hebben toen ook niet alles kunnen zien. Helaas is de weersverwachting niet heel gunstig, maar we mogen niet mopperen, want de eerste week was meer dan prachtig. En zoals Patrick steeds zegt: we zijn hier niet om in de zon te liggen! We hebben bewust even gewacht met naar Stirling te gaan omdat het best wel weer een flink rit is… heen.. en we moeten natuurlijk ook weer dezelfde dag terug. De rit, dwars door het National Park is schitterend. Het recept is dus wederom: wekker zetten en vroeg de auto’s in. Jennifer zit vandaag met autostoel en al bij ons achterin de auto. Op die manier krijgen de kleintjes allebei even de kans om te slapen. Wanneer ze bij elkaar in de auto zitten houden ze elkaar nog wel eens wakker. Alweer een voordeel dat we met 2 auto’s zijn dus!

Stirling Castle is een kasteel in Stirling in de Schotse regio Stirling, gebouwd op vulkanisch rotsgesteente. Het kasteel was vanaf de twaalfde eeuw de residentie van de Schotse koningen. Het huidige gebouw stamt uit de veertiende en vijftiende eeuw en is ontwikkeld door de koningen Jacobus IV, Jacobus V en Jacobus VI. Deze laatste verliet het kasteel in 1603 toen hij koning Jacobus I van Engeland werd. Net als de vorige keer verbaas ik mij erover hoe ver we met de auto omhoog mogen rijden. Echt ongelooflijk dat er boven op de heuvel vlak voor de ingang zelfs een parkeerterrein is. Het scheelt heel veel klimwerk, want het kasteel ligt aardig hoog. Ook het terrein binnen de poort is hier en daar behoorlijk ongelijk.

In Nederland zul je mij niet op een begraafplaats zien. Maar hier kijk ik graag even rond. 

Bij de ingang staat het standbeeld van Robert the Bruce; hij kijkt als het ware naar het William Wallace monument wat overduidelijk van heinde en verre al te zien is.

Vanuit Stirling Castle kijk je neer op Stirling Bridge, waar William Wallace de Engelsen versloeg en in de verte staat het monument ter ere van Wallace.
Ach, kijk de film Braveheart er nog maar even op na, als jullie geen zin in een geschiedenislesje hebben.

Geen zwaard, maar gewapend met paraplu en regencapes gaan we het kasteel bekijken.

Het gebouw staat echt recht hoor, maar de binnenplaats is ongelijk.

De grote hal is erg indrukwekkend…..

Helaas gaat het nu echt regenen, maar gelukkig is er binnen ook genoeg te zien.

Het moet vroeger erg indrukwekkend zijn geweest.

Nee, dit gele gebouw is niet nieuwer, maar juist iets ouder dan de rest. 
Het is net gerestaureerd en de gele tint heeft wel wat ophef veroorzaakt. 
De kleur wordt ‘King’s Gold’ genoemd, maar niet iedereen is er even blij mee.

Het is duidelijk dat dit kasteel vroeger strategische waarde had: je kon eventuele vijanden van alle kanten aan zien komen.

Met een klein kind in een buggy is het niet zo handig in de regen. Daniel en ik schuilen dan ook onder het trappetje. 

De regen jaagt ons weer naar binnen. De wandkleden zijn groot en vertellen een verhaal. Er werd heel veel over verteld, maar ik had eerlijk gezegd meer oog voor mijn kleinkinderen, dan oor voor de vertellers. Het was in ieder geval vrij onzinnig; eerst vermoorden ze de eenhoorn, om hem later in een afgeschermde tuin in de zogenaamde hemel op te sluiten om hem te beschermen. 

De tuin is prachtig onderhouden. De vorige keer waren we hier toen de zon scheen en hebben we hier echt een tijdje genoten van alle bloemen. 
Nu was het geen weer om lang te blijven, maar de tuin was nog net zo mooi als ik mij herinnerde.

En foto’s maken kan die man van mij wel!

Heerlijk dit soort bordjes: scheelt mij een hoop type werk!

Zonder gekheid, het is best heel gaaf om hier even te staan! 

Ik vermoed dat de rivier rood van al het bloed was…. 

En dan wordt het nu tijd, hoog tijd, om eindelijk richting het monument van/voor William Wallace te gaan. 
Vorige keer dat Lex en ik hier waren hadden we geen tijd meer.
Dat gaan we nu rechtzetten.

Het is een flinke klim naar boven, maar gelukkig voor mij (en andere luie mensen) rijdt er ook een shuttle busje. 
Ik bedenk me dat ik strakjes in die toren waarschijnlijk nog genoeg zal moeten klimmen, dus Tante Loes gaat lekker met de bus naar boven. 

Jennifer is ook met mij in de bus naar boven gereden, dus zij heeft al deze houtsnijwerken niet gezien. Gelukkig kon de rest er wel de lol van inzien.

Poeh poeh, daar zijn ze dan eindelijk. Jennifer en ik hadden al 2 shuttle busjes af staan wachten. Maar nu komt (geloof ik) het ergste. We gaan naar binnen en ja hoor, er volgt dus een wenteltrap, een hele smalle wenteltrap van 246 treden. Dit wist ik niet van te voren overigens. Ik ben tot de 2e verdieping van de toren gekomen, maar heb het toen voor gezien gehouden. Niet omdat ik niet verder naar boven kon, maar meer omdat ik me zorgen maakte hoe ik weer naar beneden kwam. Het was er zo smal en als iemand mij wilde passeren had ik ineens een A cup in plaats van een cup H, als jullie begrijpen wat ik bedoel. Het uitzicht is hoe dan ook schitterend!

Hier een aantal foto’s van de toren zelf….

Zoekplaatje: vind de witte Mitsubishi Space Star

En nu kijken we vanaf het monument naar Stirling Castle!

Recht omhoog…. 

Het uitzicht aan de andere kant

Het bezoek aan het National Wallace Monument

In het National Wallace Monument ontdekt u het verhaal van de patriot en martelaar Sir William Wallace, van zijn overwinning op het slagveld tot aan de tragedie van zijn verraad, gevangenneming en terechtstelling.

U kunt dan genieten van de adembenemende uitzichten vanaf het monument en ontdekken hoe deze imposante toren een deel werd van het Schotse landschap – in erkenning van hoe Wallace vocht voor het land waar hij van hield.

De bouw van het Monument begon in 1861, en het werd geopend voor bezoekers in 1869. Het staat op het hoogste punt van de Abbey Craig, 91,44 meter boven de zeespiegel, en is 67,06 meter hoog.

Maar, terwijl ik op de terugweg weer met het shuttle busje ga, gaat de rest dus lopen. Het was nat en modderig op het pad. Ook best wel steil hier en daar. Praten en lopen is lastig, bewijst mijn man weer eens. Hij loopt sneller dan zijn benen hem kunnen dragen en hij slaat letterlijk op hol. Hij kan kiezen, of de greppel in, die nogal diep is, of die boom. Hij kiest de boom, slaat daar vol tegen aan, bril vliegt van zijn hoofd naar voren, terwijl hij zelf recht achterover valt. Hij blijft zelfs even doodstil liggen, volgens mijn dochter en schoonzoon. 

Dan komt hij toch moeizaam overeind. We zijn nu 12 dagen verder en hij kan nog niet normaal hoesten, lachen of zich omdraaien in zijn bed. Z’n ribbenkast is bont en blauw, zijn hoofd zit onder de modder als ze eindelijk bij mij beneden komen. Ik kan er de humor op dat moment niet van inzien. Gelukkig is het goed afgelopen, maar onze voorraad ibuprofen en paracetamol waren snel op!

Ik hou van hem hoor, maar voorzichtigheid is hem vreemd!

Na een kop koffie in het restaurant bij het monument gaan we de auto’s weer opzoeken. We zouden nog stoppen bij het graf van Rob Roy, de Schotse Robin Hood. Aanvankelijk vind ik het een slecht idee en wil ik liever met Lex naar het huisje terug, maar hij weet mij over te halen. Het is inmiddels droog geworden en ik weet nog dat het een sereen plekje is, waar het graf is. Echt een beetje verstopt voor de bewoonde wereld, ligt het vlak bij een kerkje wat zelfs nog in gebruik is.

Niet heel indrukwekkend, maar het is in ieder geval bewaard gebleven 😉

Dit soort kerkjes met het kerkhof er om heen zijn behalve hier, in heel Groot Brittannie te vinden. 
De kerkjes zijn meestal heel eenvoudig van binnen en worden vaak nog gewoon gebruikt door de plaatselijke bevolking. 
Op de één of andere manier vind ik het wel wat hebben. Het is er altijd rustig en er hangt een prettige sfeer. 
Maar misschien komt dat wel omdat ik mij hoe dan ook heel prettig voel in het United Kingdom.

Nu wordt het echt de hoogste tijd om terug naar de cottage te rijden. De terugweg is weer adembenemend mooi. We komen weer door het mooiste stuk van de Highlands, de vallei Glen Coe. Het is hier nooit hetzelfde. Het licht verandert werkelijk met de minuut en toen wij hier vanochtend doorheen reden was het helder en zelfs af en toe zonnig. Nu is het mistig, begint het te schemeren en doet het zelfs een beetje spookachtig aan. Lex en ik eten bij de pub waar wij 10 jaar geleden ook een paar maal gegeten hebben. Er zit wel een andere eigenaar in, maar het eten is prima. Eenmaal in ons huisje aangekomen gaat het met Lex niet veel beter. Er zit niets anders op dan onze wijnvoorraad even flink aan te spreken. Heel gezellig met z’n viertjes trouwens! Samen op vakantie gaan is natuurlijk een gok, maar met mijn dochter en schoonzoon is het prima te doen!

Een tikkie brak worden we wakker; zelfs de kleintjes hebben langer geslapen dan normaal, na de overvolle dag van gisteren. Lex kan zich amper bewegen en Suzanne en ik slaan de handen ineen en komen met een flinke voorraad pijnstillers op de proppen. Omdat ik gisteren eigenlijk wel even genoeg auto gereden heb, komt Patrick met de ultieme pijnstiller op de proppen: de mannen gaan naar Fort William, naar de Ben Nevis Distillery, een whisky proeverij!

Tja… wat zal ik hier nu van zeggen???

We hopen allemaal dat Lex het niet lekker gaat vinden……

Maar als we elkaar aan het eind van de middag op het parkeerterrein treffen en ik nog even m’n jas uit de kofferbak moet halen, vind ik daar 2 flessen die er eerder niet lagen: de mannen hebben zich weer laten verleiden hoor…. het Schotse goud gaat mee naar huis! We gaan met z’n allen uit eten in de pub, waar Lex en ik deze week al eerder zijn geweest. 

Dan breekt de laatste dag van onze vakantie aan: de beruchte inpakdag. Maar, inpakken kan ik ook ’s avonds, dus Lex en ik gaan gewoon toch nog een dagje weg. We nemen onze kleindochter mee, zodat m’n dochter ook even wat makkelijker weg kan met manlief. 

Het eerste stuk heb ik weliswaar al vaak genoeg gereden, maar het blijft mooi. Dit is trouwens misschien wel het enige minpuntje van Schotland. Er zijn niet heel veel wegen. Dus als je ergens een huisje hebt gehuurd, zul je het stuk dicht bij het huisje heel vaak rijden, omdat er simpelweg geen alternatieven zijn. In Wales bijvoorbeeld, daar gaan wegen door elke pas van een berg. Hier is dat veel minder. We waren vandaag ook niet van plan ver te rijden, maar we belanden in Mallaig, een heel grappig kustplaatsje.

En JA, ik had het hier uitermate naar m’n zin!

De eilanden aan de ‘overkant’ zijn de Binnen-Hebriden.

Natuurlijk nemen we uitgebreid de tijd voor koffie met wat erbij. Ik krijg niet vaak de kans om een foto van Lex te nemen, dus ik zag nu even m’n kans schoon. Met die enorme toeter van een lens op de camera, gewoon naast hem in de Tea Garden, maak ik dus een paar foto’s van hem. Nu liep daar zo’n heerlijke jonge overduidelijk homofiele ober rond, die dus grappig dacht te zijn en die zei zoiets als: ja je hebt een grote lens nodig voor een mooie man he? Waarom ik uiteraard metéén zeg: ja, maar hij is MIJN mooie man! Daar schrok hij van en dacht werkelijk even dat ik het meende dus hij begon zijn verontschuldigingen aan te bieden….. hihi, lachen toch?! 

Dus schat, als deze piraat mij wil hebben, er loopt nog een ober rond die jou wel ziet zitten!

Want eerlijk is eerlijk, ik zou maar wat graag zo’n schatkist willen hebben en genoeg geld hebben om naar Groot Brittanie te emigreren!

Het was een prachtige en heerlijke dag en ik heb geen spijt dat ik toch ook vandaag weer meer auto gereden heb dan ik wilde….

Op de weg terug stoppen we ook nog een paar keer….. het is hier overal zo mooi!

En van de 16 dagen vakantie, hebben we eigenlijk alleen Stirling even wat regen gehad. Wij zijn geluksvogels!

Over geluk gesproken……..

Ik start snel de auto en we gaan op zoek naar die pot met goud, onderaan de regenboog!

’s Avonds pak ik de koffers in en we zetten wederom de wekker. We moeten om 1600 uur in New Castle zijn en het is vrijdag, dus je weet maar nooit of het toch nog wat drukker op de weg is, vooral rond Glasgow. Jullie weten het inmiddels al, die 5 uur die Google aangeeft op het kaartje, gaat voor ons niet op he! We hebben er veel langer over gereden, maar waren wel keurig op tijd bij de boot. Daar is het dan ineens weer een uur later, dus we konden bijna meteen doorlopen naar het restaurant aan boord, waar we gegeten hebben. We hebben de kindjes nog een hele tijd in de Kids Corner laten spelen in de hoop dat ze goed moe werden, maar het heeft niet mogen baten. Lex en ik hebben goed geslapen aan boord; mijn dochter en haar gezin hadden een vreselijke nacht. Gelukkig hoefden zij de andere ochtend amper meer te rijden: ze wonen in IJmuiden, vlakbij de haven. Wij zijn wel meteen doorgereden naar huis want ik wilde dolgraag naar mijn poezels terug. 16 dagen vakantie is heel fijn, maar ik vind het toch best heel lang. We hebben in ieder geval een heerlijke vakantie gehad en bijna 3000 km gereden! Schotland is 2 keer zo groot als Nederland, vergeet dat niet! En echt, zo ongelooflijk mooi en de moeite van een bezoek waard! Voor ons zit het er voor dit jaar weer op, maar we komen absoluut weer terug naar dit prachtige eiland!

©Loes Raaphorst 08/2018